In dit schilderij
- De stapel rekeningen: bijna alles werd duurder.
- De kaart van de kavel: grond is schaars en kost bijna twee keer zoveel als in 2013.
- De nieuwbouwwijk en het zonneveld: concurrenten om dezelfde grond.
- Het pak melk: de boer ontvangt maar een klein deel van wat de consument betaalt.
- De lege stoel: veel bedrijven hebben geen opvolger.
Duur land, open grenzen
In ruim tien jaar is landbouwgrond in Nederland bijna twee keer zo duur geworden. Woningbouw, het Natuurnetwerk, energie en beleggers dingen mee om dezelfde hectares. Ook van buiten komt druk. Door de oorlog in Oekraïne werden energie, kunstmest en veevoer veel duurder, en boeren concurreren met import uit landen met lichtere regels. Wie wil groeien of een bedrijf wil overnemen, moet veel geld lenen. Steeds vaker ligt het verdienmodel van de boer op de keukentafel.
In ruim tien jaar is landbouwgrond in Nederland bijna twee keer zo duur geworden. Woningbouw, het Natuurnetwerk, energieopwekking en beleggers dingen mee naar dezelfde hectares. Ook van buiten neemt de druk toe. De oorlog in Oekraïne maakte energie, kunstmest en veevoer veel duurder, en boeren concurreren met import uit landen met lichtere milieu- en dierenwelzijnsregels. Tegelijk heeft de boer weinig invloed op de prijs die hij voor zijn product krijgt. Wie wil groeien of een bedrijf wil overnemen, moet veel geld lenen. Zo ligt het verdienmodel van de boer steeds vaker op de keukentafel.
Grond: schaars en duur
In 2024 kostte een hectare landbouwgrond gemiddeld 85.300 euro, twee keer zoveel als twaalf jaar eerder.1 Halverwege 2026 was dat al ruim 100.000 euro.2 Alleen op Malta is landbouwgrond in de EU nog duurder, en Nederlandse boeren betalen de hoogste pacht.3
Dat komt doordat veel partijen dezelfde grond willen. Er moeten woningen, wegen en bedrijventerreinen komen. Het Natuurnetwerk Nederland wordt uitgebreid, en zonneparken en windmolens vragen ruimte. Grond is bovendien een stabiele belegging, ook voor boeren zelf.4 Voor een boer is een hectare met wat het gewas oplevert vaak niet terug te verdienen.
Wie grond niet kan kopen, kan pachten. Lange tijd beschermde de Pachtwet van 1958 de pachter sterk.5 Nu worden veel contracten korter en vrijer gesloten. De eigenaar krijgt zo meer vrijheid, de pachter minder zekerheid.4
Mest en regels
Nieuwe regels voor mest, emissies en dierenwelzijn vragen om investeringen in stallen en machines. Voor veehouders bepalen fosfaatrechten en mestnormen hoeveel dieren een bedrijf mag houden en hoeveel mest het op eigen grond kwijt kan. Wie wil groeien, moet rechten én grond kopen. Sinds 2026 geldt voor melkveehouders geen derogatie meer.6 Wie meer mest heeft dan hij op eigen grond mag gebruiken, moet die afvoeren. Dat kost geld en maakt grond nog gewilder.4 Hoeveel mest een hectare werkelijk verdraagt, hangt af van bodem, gewas en bemesting (zie Het mestprobleem en zure regen), maar de normen gelden grotendeels per hectare. Dus telt elke extra hectare.
Druk van buiten
Een boer bepaalt zijn prijs niet zelf. Veel prijzen ontstaan op de wereldmarkt, zie Wie bepaalt wat we eten?. Handel over de grenzen is ook niet nieuw, zie De Hanze en de Oostzeehandel. Maar sinds 2022 voelen boeren de wereld heel direct.
Na de Russische inval in Oekraïne schoten de prijzen van gas en stroom omhoog. Kunstmest, gemaakt met aardgas, werd veel duurder, net als veevoer. Volgens het CBS gaven boeren in 2022 bijna een kwart meer uit aan wat ze inkochten.7 Zo werd zichtbaar hoe afhankelijk de landbouw is van gas en wereldmarkten. Welke keuze dat voor de toekomst oproept, staat in Wereldmarkt, regio of eigen land?.
Daarnaast klagen boeren over een ongelijk speelveld. In de EU gelden strenge regels voor milieu en dierenwelzijn, maar boeren concurreren met import uit landen met lichtere regels en lagere kosten.8 Een voorbeeld is graan uit Oekraïne. Dat mocht na de inval zonder invoerheffing de EU in. In Polen en andere buurlanden leidde dat tot invoerverboden, boerenprotesten en grensblokkades.9,10 Een ander voorbeeld is het Mercosurverdrag, een handelsverdrag met Zuid-Amerikaanse landen als Brazilië en Argentinië. De EU ondertekende het in 2026.11 Boeren vrezen er goedkoop rundvlees door.12
Boerenorganisaties als LTO willen dat import aan dezelfde eisen voldoet als Europese producten.13 Anders verschuift productie naar landen met lichtere regels. Dat heet 'weglek': wat hier stopt, komt elders terug, vaak minder duurzaam.14,15 Daartegenover staat dat de Nederlandse landbouw groot werd dankzij open grenzen. Ongeveer 80 procent van de export gaat naar andere EU-landen.8 Volgens het kabinet zijn handelsverdragen voor de landbouw als geheel gunstig.16 Strenge regels kunnen ook een voordeel zijn. Ze staan voor kwaliteit en duurzaam voedsel, en daarmee is op de rijke markten van West-Europa een goede positie te halen.8 Europa praat daarom over 'spiegelclausules': dezelfde eisen voor import als voor eigen boeren. De Europese Commissie wil dat, maar de regels van de wereldhandel maken het lastig.17,8
Groter, of klem in het midden
Het antwoord op dalende marges was vaak: groeien. Waarom dat voor een boer logisch was, legt de tredmolen uit in De trekker en de boerenexodus. In 1950 waren er ruim 200.000 boeren met rundvee; in 2000 nog geen 46.000.18 De bedrijven die bleven, zijn groter en vaak zwaar gefinancierd. Een hightech stal kan een lening vragen met een looptijd van dertig jaar.19
Volgens landbouwkundige Joris Relaes en historicus Yves Segers hebben vooral de middelgrote gezinsbedrijven het moeilijk. Een bedrijf kan doorgroeien en zo de kosten van nieuwe eisen opvangen. Of het kan kleiner produceren en meer verdienen met verkoop aan huis, eigen verwerking of andere activiteiten. Wie geen van beide lukt, zit klem, en dat zijn er nogal wat.14
Wie groeit, heeft ook meer handen nodig dan het gezin heeft, vaak arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa.20,21 Volgens landbouweconoom Krijn Poppe en zijn medeauteurs wordt een deel van de kosten van betaalbaar voedsel op hen afgewenteld.15
Wie neemt het over?
Een bedrijf overnemen kost een jonge boer al snel miljoenen. Hij moet grond, stallen en rechten afbetalen aan zijn ouders of aan de bank. In 2020 had ruim de helft van de landbouwbedrijven een bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder, en op de meeste daarvan stond geen opvolger klaar.22
Volgens Poppe en zijn medeauteurs komen zo binnen afzienbare tijd zo'n 20.000 bedrijven met hun grond op de markt. Jonge boeren moeten die dan overnemen tegen prijzen die nauwelijks terug te verdienen zijn. Volgens hen is er al twintig jaar geen grondpolitiek die grond voor jonge boeren vrijhoudt, terwijl dit te voorzien was.15 Zo komt de vraag terug die ook bij de eerste landbouwcrisis speelde: hoe verdien je je brood in een open, wereldwijde markt?
Grond: schaars en duur
In 2024 kostte een hectare landbouwgrond gemiddeld 85.300 euro, twee keer zoveel als twaalf jaar eerder.1 In het tweede kwartaal van 2026 was het gemiddelde opgelopen tot 108.500 euro.2 Alleen op Malta is landbouwgrond in de EU nog duurder, en Nederlandse boeren betalen de hoogste pacht van Europa.3
De oorzaak ligt in de concurrentie om ruimte. Er moeten woningen, wegen en bedrijventerreinen komen, het Natuurnetwerk Nederland wordt uitgebreid, en zonneparken en windmolens vragen ruimte. Grond is bovendien al decennia een stabiele belegging, ook voor boeren zelf, omdat andere investeringen onzekerder zijn.4 Zo wordt de prijs van grond steeds minder bepaald door wat er op geteeld kan worden.
Wie grond niet kan kopen, kan pachten. De Pachtwet van 1958 beschermde de pachter sterk, met lange contracten en getoetste prijzen: een kind van de naoorlogse gedachte dat de boer bestaanszekerheid verdiende.5 Tegenwoordig worden veel contracten korter en vrijer gesloten, vaak buiten de wettelijke maximumprijzen om.24,4 De eigenaar krijgt zo meer vrijheid, de pachter minder zekerheid.
Mest en regels
Nieuwe regels voor mest, emissies en dierenwelzijn vragen om investeringen in stallen en machines. Voor veehouders bepalen fosfaatrechten en mestnormen bovendien hoeveel dieren een bedrijf mag houden en hoeveel mest het op eigen grond kwijt kan. Wie wil groeien, moet dus rechten én grond kopen. Sinds 2026 kunnen melkveehouders geen derogatie meer krijgen.6 Een bedrijf dat meer mest produceert dan het op eigen grond mag plaatsen, heeft een mestoverschot en moet die mest afvoeren. Dat kost geld en maakt grond nog gewilder.4 Hoeveel mest een hectare werkelijk verdraagt, hangt sterk af van bodem, gewas en bemesting, zie Het mestprobleem en zure regen. Toch zijn de normen grotendeels per hectare en per gewas vastgesteld. Daardoor telt elke extra hectare.
Druk van buiten
Een boer verkoopt aan een handelaar, een zuivelfabriek of een slachterij. Hij is een prijsnemer: de prijs ontstaat elders, vaak op de wereldmarkt, en kosten van nieuwe regels kan hij zelden doorberekenen, zie Wie bepaalt wat we eten?. Handel over de grenzen is niet nieuw, zie De Hanze en de Oostzeehandel. Maar sinds 2022 voelen boeren de wereld heel direct.
Na de Russische inval in Oekraïne schoten de prijzen van gas en stroom omhoog. Kunstmest, die met aardgas wordt gemaakt, werd veel duurder, net als veevoer. Volgens het CBS gaven boeren in 2022 bijna een kwart meer uit aan wat ze inkochten, terwijl hun eigen verkoopprijzen minder hard stegen.7 De oorlog maakte zichtbaar hoe afhankelijk de landbouw is van gas en wereldmarkten. Welke keuze dat voor de toekomst oproept, komt aan bod in Wereldmarkt, regio of eigen land?.
Tegelijk groeide de klacht over een ongelijk speelveld. Boeren in de EU moeten voldoen aan strenge eisen voor milieu, veevoer en dierenwelzijn, terwijl concurrenten elders goedkoper kunnen produceren. Bij kip lag de kostprijs in Brazilië, de Verenigde Staten en Oekraïne volgens Wageningen Economic Research een vijfde tot een kwart lager, vooral door goedkoper voer.8 Na de inval schafte de EU de invoerheffingen op Oekraïense landbouwproducten tijdelijk af. Veel goedkoop graan bleef in de buurlanden hangen. Polen, Hongarije, Slowakije en Bulgarije stelden daarop eigen invoerverboden in.9 Begin 2024 blokkeerden Poolse boeren de grens met Oekraïne.10 Volgens Poppe en zijn medeauteurs voelt de pluimveehouderij die concurrentie al, en zou toetreding van Oekraïne tot de EU haar vergroten.15 Een tweede voorbeeld is het Mercosurverdrag met Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay. De EU ondertekende het in januari 2026 en past het sinds mei voorlopig toe.11 Volgens Tessa Avermaete en haar medeauteurs verklaart het ontbreken van een duidelijke Europese visie op voedselhandel waarom boeren zich zo zorgen maken over dit verdrag.12
Boerenorganisaties als LTO zijn niet tegen handel, maar eisen dat import aan dezelfde productiestandaarden voldoet als Europese producten.13 Zonder die eis verschuift productie naar landen met lichtere regels. Dat heet 'weglek': wat hier stopt, komt elders terug, vaak minder duurzaam. Daarop wijzen ook Relaes en Segers en Poppe en zijn medeauteurs.14,15
Daartegenover staat dat de Nederlandse landbouw groot werd dankzij open grenzen. Ongeveer 80 procent van de export gaat naar andere EU-landen.8 Het kabinet stelt dat handelsverdragen de Europese landbouw, ook de Nederlandse, als geheel ten goede komen.16 Strenge regels kunnen bovendien een troef zijn. Volgens de Wageningse onderzoekers Petra Berkhout en Siemen van Berkum kan de sector inzetten op kwaliteit en duurzaam geproduceerd voedsel, en daarmee een goede positie halen op de rijke West-Europese markt. Omdat de EU een grote, koopkrachtige markt is, nemen andere landen haar normen soms over: het 'Brussel-effect'.8
In Europa gaat het daarom over spiegelclausules: dezelfde eisen aan import als aan eigen boeren. In 2025 kondigde de Europese Commissie aan dat zij de normen voor importproducten meer wil gelijktrekken.17 Dat ligt juridisch lastig. De regels van de Wereldhandelsorganisatie laten weinig ruimte om import te weren vanwege de manier waarop die elders is geproduceerd.8
Groter, of klem in het midden
Het antwoord op dalende marges was decennialang: groeien. Dat dit voor de individuele boer een rationele reactie was op stijgende arbeidskosten en dalende productprijzen, en geen kwestie van hebzucht, laat de tredmolen zien, zie De trekker en de boerenexodus. In 1950 waren er 216.400 boeren met rundvee, in 2000 nog 45.800.18 De bedrijven die bleven, zijn groter en vaak zwaar gefinancierd. Een hightech stal kan een lening vragen met een looptijd van dertig jaar.19
Landbouwkundige Joris Relaes en historicus Yves Segers zien de grootste problemen bij het middelgrote gezinsbedrijf. Investeringen in milieu, klimaat en dierenwelzijn zijn alleen met voldoende schaal terug te verdienen. Een bedrijf kan doorgroeien, of terugschakelen en meer toegevoegde waarde zoeken via thuisverkoop, eigen verwerking of nevenactiviteiten. Wie daartussen blijft hangen, zit klem. Volgens de auteurs mogen boeren de duurzaamheidsopgaven daarom niet alleen dragen.14
Wie groeit, heeft ook meer arbeid nodig dan het gezin kan leveren. Volgens landbouweconoom Krijn Poppe komen arbeidsmigranten sinds de val van de Muur vooral uit het voormalige Oostblok; ze doen veel uitvoerend werk in slachterijen, kassen en grote varkensbedrijven.21 Poppe en zijn medeauteurs zien in hun lage lonen en slechte huisvesting een afwenteling van de kosten van betaalbaar voedsel.15
Wie neemt het over?
Een bedrijf overnemen kost een jonge boer al snel miljoenen. Hij moet grond, stallen en rechten afbetalen aan zijn ouders of aan de bank. In 2020 had ruim de helft van de landbouwbedrijven een bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder, en op de meeste daarvan stond geen opvolger klaar. Hoe groter het bedrijf, hoe vaker er wel een opvolger was.22
Volgens Poppe en zijn medeauteurs komen zo binnen afzienbare tijd zo'n 20.000 bedrijven met hun grond op de markt, terwijl jonge opvolgers aarzelen omdat de grond te duur is om terug te verdienen. Zij wijzen erop dat er al twintig jaar geen grondpolitiek is die grond voor jonge boeren reserveert, hoewel deze situatie voorzienbaar was.15 Zo'n grondpolitiek is omstreden: tegenover het belang van jonge boeren staat dat van grondeigenaren, vaak de boeren zelf, voor wie de grond hun pensioen is.
Zo keert een vraag terug die ook tijdens de De landbouwcrisis aan het eind van de negentiende eeuw speelde: hoe verdien je je brood in een open, wereldwijde markt?
- Er wordt gediscussieerd over grondbanken, langjarige pacht en regels die landbouwgrond beschermen tegen andere functies. Poppe en zijn medeauteurs stellen een 'Agrarische Hoofdstructuur' voor, die landbouwgrond beschermt. Burgers kopen via initiatieven als Land van Ons en Aardpeer zelf grond voor boeren.15
- Boeren zoeken naar andere verdienmodellen: verwerking op het eigen erf, verkoop aan huis, recreatie, natuurbeheer of energie. Dat begon al eind twintigste eeuw.23
- Sommigen pleiten voor mestnormen die meer rekening houden met bodem en bedrijf, zodat niet alleen het aantal hectares telt. Zie Voorschrift of doel?.
- Het debat over handelsverdragen en dezelfde eisen voor import gaat door. Of Nederland meer op eigen voedsel moet inzetten, staat in Wereldmarkt, regio of eigen land?.
- De ACM en Wageningen Economic Research volgen de prijsvorming in de voedselketen in de Agro-Nutri Monitor.
- Zie ook De landbouwcrisis, Coöperaties en boerenleenbanken en Wat nu?.
Vier perspectieven
De boer
Veel boeren hebben het gevoel dat ze harder werken voor minder. De kosten stijgen, de regels veranderen, en de prijs bepalen ze niet zelf. Ze vinden het oneerlijk dat import niet aan dezelfde regels hoeft te voldoen. Wie een groot bedrijf heeft, heeft vaak ook een grote schuld, en weinig ruimte om iets anders te proberen. Tegelijk zijn er boeren die het goed doen, bijvoorbeeld met een eigen merk, verkoop aan huis of een sterke positie in een nichemarkt.
De opvolger
Een jonge boer die het bedrijf van zijn ouders wil overnemen, staat voor een zware rekensom. De grond en de stal zijn veel waard op papier, maar leveren niet genoeg op om de lening te betalen. Toch willen velen het bedrijf voortzetten, uit liefde voor het vak. Voor broers en zussen die het bedrijf niet overnemen, speelt de vraag wat een eerlijke verdeling van de erfenis is.
De keten
Verwerkers en supermarkten wijzen erop dat ze zelf ook met dunne marges werken, en dat veel prijzen op de wereldmarkt ontstaan. Exporteurs hebben belang bij open grenzen. Tegelijk zeggen ze duurzaamheid en eerlijke prijzen belangrijk te vinden, en komen er afspraken over toeslagen voor boeren. Zuivelcoöperaties en supermarkten betalen bijvoorbeeld een extra vergoeding voor weidegang of voor melk met een duurzaamheidskeurmerk.
De samenleving
Nederland wil woningen, ruimte voor planten en dieren, schone energie en betaalbaar voedsel, op hetzelfde kleine oppervlak. Hoe die ruimte verdeeld wordt, en wat goed voedsel mag kosten, is een vraag voor iedereen. Consumenten zeggen vaak meer te willen betalen voor duurzaam voedsel, maar in de winkel kiezen velen toch de goedkoopste variant.
De boer
Veel boeren hebben het gevoel dat ze harder werken voor minder. De kosten stijgen, de regels veranderen, en de prijs bepalen ze niet zelf. Dat import niet aan dezelfde regels hoeft te voldoen, ervaren velen als oneerlijk. Wie een groot bedrijf heeft, heeft vaak ook een grote schuld, en weinig ruimte om iets anders te proberen. Een investering in een stal moet vaak twintig jaar of langer meegaan, terwijl de regels in die tijd meerdere keren veranderen. Tegelijk zijn er boeren die het goed doen, bijvoorbeeld met een eigen merk, verkoop aan huis of een sterke positie in een nichemarkt.
De opvolger
Een jonge boer die het bedrijf van zijn ouders wil overnemen, staat voor een zware rekensom. De grond en de stal zijn op papier veel waard, maar leveren niet genoeg op om de lening af te lossen. Toch willen velen het bedrijf voortzetten, uit liefde voor het vak en uit verbondenheid met de plek. Voor broers en zussen die het bedrijf niet overnemen, speelt de vraag wat een eerlijke verdeling van de erfenis is, als de waarde vooral in grond en rechten zit.
De keten
Verwerkers en supermarkten wijzen erop dat ze zelf ook met dunne marges werken, en dat veel prijzen op de wereldmarkt ontstaan. Exporteurs en verwerkers hebben bovendien belang bij open grenzen. Tegelijk zeggen ze duurzaamheid en eerlijke prijzen belangrijk te vinden, en komen er afspraken over toeslagen voor boeren. Zuivelcoöperaties en supermarkten betalen bijvoorbeeld een extra vergoeding voor weidegang of voor melk met een duurzaamheidskeurmerk. Critici vinden die toeslagen te klein om het verdienmodel echt te veranderen.
De samenleving
Nederland wil woningen, ruimte voor planten en dieren, schone energie en betaalbaar voedsel, op hetzelfde kleine oppervlak. Hoe die ruimte verdeeld wordt, en wat goed voedsel mag kosten, is een vraag voor iedereen. Consumenten zeggen in enquêtes vaak meer te willen betalen voor duurzaam voedsel, maar in de winkel kiezen velen toch voor de goedkoopste variant. Ook overheid en banken bepalen mee welke kant de landbouw op kan, via regels, subsidies, handelsverdragen en kredietvoorwaarden.
- Een reguliere pachtovereenkomst voor een hele boerderij, een hoeve, loopt minstens twaalf jaar. Voor los land is dat zes jaar. Korter mag alleen met goedkeuring van de grondkamer.24
- Als landbouwgrond een bestemming voor woningbouw krijgt, kan de waarde tot tien keer zo hoog worden.4
- Ongeveer de helft van de boeren heeft inkomsten uit nevenactiviteiten, van camping tot kinderopvang. Minder dan 10 procent van hen haalt daar een flink deel van het inkomen uit.25
- Begin jaren tachtig kreeg een akkerbouwer ruim 51 gulden voor 100 kilo tarwe, eind jaren negentig nog maar iets meer dan 26 gulden. Tarwe was een 'dubbeltjesgewas' geworden.26
Moet landbouwgrond een gewone handelswaar zijn, of moet de overheid haar beschermen voor boeren?
- Melkvee.nl, 'Grasland kost gemiddeld 76.000 euro per hectare' (3 februari 2025), op basis van cijfers van het Kadaster, link. ↩
- ANP/Nieuws.nl, 'Prijs agrarische grond gestegen in tweede kwartaal' (juli 2026), op basis van cijfers van Kadaster en WUR, link. ↩
- Eurostat, 'EU agricultural land price increased by 6.1% in 2024' (28 januari 2026), link. ↩
- Wageningen University & Research, 'Vijf vragen over de stijgende agrarische grondprijzen', interview met Jop Woltjer (23 juni 2025), link. ↩
- Pachtwet, wet van 23 januari 1958, vervallen per 1 september 2007, link. ↩
- RVO, 'Derogatie' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- CBS, 'Inkomsten landbouwsector iets hoger in 2022' (19 december 2022), link. ↩
- P. Berkhout en S. van Berkum (Wageningen Economic Research), 'Behoud landbouwexport vergt sterkere milieunormen in handelsakkoorden Europa', ESB 105 (4791S) (12 november 2020), p. 70–74, link. ↩
- Europese Commissie, 'Commission adopts exceptional and temporary preventive measures on limited imports from Ukraine', persbericht IP/23/2562 (2 mei 2023), link. ↩
- VRT NWS, 'Poolse boeren blokkeren grensovergangen, Oekraïense truckers starten met tegenprotest' (20 februari 2024), link. ↩
- Europese Commissie, DG Trade, 'EU-Mercosur agreement' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- T. Avermaete, M. Murk en F. Marchand, 'Voedselsystemen in verandering', in D. Veerman en E. Gravesteijn (red.), Daarom zijn boeren boos (Prometheus, 2025), h. 9. ↩
- LTO Nederland, Europees puntenplan LTO Nederland 2024 (2023), link. ↩
- J. Relaes en Y. Segers, 'Realiteitszin – van dingen die kwamen, gaan en nieuwe die komen', in D. Veerman en E. Gravesteijn (red.), Daarom zijn boeren boos (Prometheus, 2025), h. 3. ↩
- K. Poppe, D. Veerman en W. van der Weijden, 'Uit de duivelse crisis?', in D. Veerman en E. Gravesteijn (red.), Daarom zijn boeren boos (Prometheus, 2025), h. 10. ↩
- Kamerstukken II 2023/24, 36180, nr. 99, verslag van een schriftelijk overleg over de strategie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (vastgesteld 17 mei 2024), link. ↩
- Europese Commissie, 'A Vision for Agriculture and Food' (19 februari 2025), link. ↩
- J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture, 1500–2000 (Wageningen 2010), p. 252. ↩
- J.W. Remkes, Wat wel kan. Uit de impasse en een aanzet voor perspectief (5 oktober 2022), p. 21, link. ↩
- CBS, 'Bijna 30 duizend contractbanen in de landbouw' (10 april 2020), link. ↩
- K. Poppe, 'Het voedselsysteem – 1850 tot heden', in D. Veerman en E. Gravesteijn (red.), Daarom zijn boeren boos (Prometheus, 2025), h. 8. ↩
- CBS, 'Geen bedrijfsopvolger voor meer dan 16 duizend boerderijen' (13 januari 2021), link. ↩
- J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture, 1500–2000 (Wageningen 2010), p. 253. ↩
- RVO, 'Voorwaarden voor reguliere pacht' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- J.W. Remkes, Wat wel kan. Uit de impasse en een aanzet voor perspectief (5 oktober 2022), p. 17, link. ↩
- J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture, 1500–2000 (Wageningen 2010), p. 269–270. ↩
Verder lezen
- ACM en Wageningen Economic Research, Agro-Nutri Monitor.
- Kadaster en Wageningen Economic Research, agrarische grondprijzen (Agrimatie).