In dit schilderij
- De korte, stevige tarwe: de Groene Revolutie van Borlaug.
- De kas met paars ledlicht: de techniek als oplossing.
- Het kruidenrijke grasland met heg en grutto: leven binnen de grenzen van de aarde.
- De weegschaal: opbrengst tegenover bodem.
- De boer op de tweesprong: in de praktijk is het vaak geen keuze tussen twee wegen.
Tovenaars of profeten?
Hoe voeden we straks tien miljard mensen zonder de aarde uit te putten? Grofweg bestaan er twee antwoorden. De tovenaars zeggen: met slimme techniek kan het. De profeten zeggen: we moeten binnen de grenzen van de aarde blijven en minder vragen. Die tegenstelling loopt dwars door het debat over de Nederlandse landbouw.
Hoe voeden we straks tien miljard mensen zonder de aarde uit te putten? Grofweg bestaan er twee antwoorden. De tovenaars vertrouwen op vindingrijkheid: met slimme techniek kan de opbrengst omhoog en de belasting van bodem, water en klimaat omlaag. De profeten wijzen op de grenzen van de aarde en vinden dat we minder moeten vragen. Die tegenstelling loopt dwars door het debat over de Nederlandse landbouw.
Twee mannen, twee antwoorden
De Amerikaanse schrijver Charles Mann beschreef in The Wizard and the Prophet (2018) twee grondleggers van dit debat. De 'tovenaar' is Norman Borlaug. Vanaf 1944 werkte hij in Mexico, in een programma van de Rockefeller Foundation en de Mexicaanse regering, aan tarwe die bestand was tegen roest, een schimmelziekte. De hoge rassen uit de jaren vijftig gaven meer opbrengst, maar knakten om als ze meer kunstmest kregen.1 Vanaf 1953 kruiste Borlaug er korte tarwe in met genen uit een Japans ras.2 Die korte, sterke tarwe bracht met kunstmest en irrigatie veel meer op. In 1956 kon Mexico zichzelf van tarwe voorzien. Daarna volgden Pakistan, dat binnen drie à vier jaar genoeg tarwe voor zichzelf teelde, en India, dat in 1968 een recordoogst van 17 miljoen ton binnenhaalde. In 1970 kreeg Borlaug de Nobelprijs voor de Vrede.1 Volgens zijn eigen onderzoekscentrum CIMMYT redde die Groene Revolutie honderden miljoenen mensen van de honger.2
De 'profeet' is William Vogt. In Road to Survival (1948) waarschuwde hij dat de aarde een draagkracht heeft. Wie die overschrijdt, put bodem, water en het leven daarin uit. Volgens hem moest de mens zich beperken.3 Vogt bouwde voort op een oude gedachte. Al in 1798 schreef de Engelse dominee Thomas Malthus dat de bevolking sneller groeit dan de voedselproductie, omdat hij aannam dat de landbouw niet veranderde. In 1965 draaide de Deense econome Esther Boserup dat om: juist een groeiende bevolking zet boeren aan tot nieuwe technieken. Landbouwhistorici zijn sindsdien optimistischer gaan denken over het vermogen van boeren om te vernieuwen.4
De tovenaars van nu
In Nederland heeft de tovenaarstraditie diepe wortels: van de voorlichting en Wageningen tot de hoogproductieve kas. Tovenaars van nu werken aan emissiearme stallen, gewassen die met nieuwe veredelingstechnieken bestand zijn tegen ziekte en droogte, verticale landbouw onder ledlicht, en eiwit uit cellen of fermentatie. In 2026 nam de Europese Unie na drie jaar onderhandelen nieuwe regels aan voor planten die met nieuwe genomische technieken, zoals CRISPR, zijn veredeld. Planten die ook door klassieke veredeling hadden kunnen ontstaan, worden daarin grotendeels gelijk behandeld met klassiek veredelde planten.5 Voorstanders zien dat als doorbraak, tegenstanders vrezen voor octrooien en onbekende risico's. De boodschap van de tovenaars: problemen zijn er om opgelost te worden.
De profeten van nu
Ook de profetentraditie is hier sterk. Voor het grote publiek begon de discussie over de moderne landbouw met Silent Spring van Rachel Carson (1962), dat een jaar later in het Nederlands verscheen.6 In 1972 verscheen het rapport De grenzen aan de groei van de Club van Rome. Binnen enkele maanden gingen er honderdduizenden exemplaren over de toonbank.7 Mansholt kende de conclusies al en schreef in februari 1972 zijn brief. Zie De Mansholtbrief en de grenzen aan de groei. Profeten van nu pleiten voor kringlooplandbouw, natuurinclusieve landbouw, minder dieren en een landbouw die zich aanpast aan bodem en water. In 2018 koos minister Schouten in haar visie voor een omslag naar kringlooplandbouw in 2030.8 De boodschap van de profeten: niet alles kan, en elke technische oplossing brengt nieuwe problemen mee.
Een valse keuze?
Mann laat zien dat de twee kampen vooral verschillen in waarden. Tovenaars vertrouwen op menselijke vindingrijkheid en groei, profeten op matigheid en natuurlijke grenzen. Beide hebben ook gelijk gekregen. Volgens de Canadese onderzoeker Vaclav Smil hangt een derde tot twee vijfde van de wereldbevolking direct af van kunstmest uit het energievretende Haber-Bosch-procedé.9 Critici wijzen erop dat de Groene Revolutie op sommige plekken heeft geleid tot uitgeputte bodems en dalend grondwater. In de praktijk lopen de rollen door elkaar. Precisietechniek en biologische landbouw worden vaak als tegenpolen gezien, maar ze vullen elkaar ook aan. Juist biologische boeren, die geen chemische onkruidbestrijders mogen gebruiken, behoren tot de eerste kopers van wiedrobots. Zie Data, AI en de digitale boer. En een melkveehouder met een melkrobot kan ook kruidenrijk grasland aanleggen. De techniek van de tovenaar dient dan het doel van de profeet: minder middelen, meer leven in de bodem. De vraag is welke houding leidend wordt als het erop aankomt.
Twee mannen, twee antwoorden
De Amerikaanse schrijver Charles Mann beschreef in The Wizard and the Prophet (2018) twee grondleggers van dit debat. De 'tovenaar' is Norman Borlaug. Vanaf 1944 werkte hij in Mexico, in een programma van de Rockefeller Foundation en de Mexicaanse regering, aan tarwe die bestand was tegen roest, een schimmelziekte. De hoge rassen uit de jaren vijftig gaven meer opbrengst, maar knakten om als ze meer kunstmest kregen.1 Vanaf 1953 kruiste Borlaug er korte tarwe in met genen uit een Japans ras.2 Die korte, stevige tarwe bracht met kunstmest en irrigatie veel meer op.
In 1956 kon Mexico zichzelf van tarwe voorzien. Daarna volgden Pakistan, dat binnen drie à vier jaar genoeg tarwe voor zichzelf teelde, en India, dat in 1968 een recordoogst van 17 miljoen ton binnenhaalde. In 1970 kreeg Borlaug de Nobelprijs voor de Vrede.1 Volgens zijn eigen onderzoekscentrum CIMMYT redde die Groene Revolutie honderden miljoenen mensen van de honger.2
De 'profeet' is William Vogt. In Road to Survival (1948) waarschuwde hij dat de aarde een draagkracht heeft: een grens aan wat bodem, water en de planten en dieren die daarvan leven, kunnen verdragen. Wie die grens overschrijdt, put ze uit. Volgens Vogt moest de mens zich daarom beperken.3
Een oud debat
Vogt bouwde voort op een oude gedachte. Al in 1798 schreef de Engelse dominee en econoom Thomas Malthus dat de bevolking sneller groeit dan de voedselproductie. Hij ging ervan uit dat de landbouwmethoden niet veranderden, zodat elke extra boer steeds minder extra oogst opleverde. Hongersnood en ziekte hielden de bevolking dan vanzelf in toom. In 1965 draaide de Deense econome Esther Boserup die redenering om. Op grond van haar werk in ontwikkelingslanden stelde ze dat juist een groeiende bevolking boeren aanzet tot nieuwe technieken en harder werken. Bevolkingsdruk is dan niet het gevolg, maar de motor van landbouwvernieuwing.4
Volgens de landbouwhistoricus Jan Bieleman heeft het sombere, malthusiaanse beeld sindsdien plaatsgemaakt voor een veel optimistischer kijk. Historici ontdekten dat boeren hun methoden helemaal niet zo star toepasten als hun voorgangers dachten.4 In de taal van dit venster: de geschiedschrijving schoof op van de profeet naar de tovenaar. Toch verdween de profetenstem niet. Ze kwam terug zodra de kosten van groei zichtbaar werden.
De tovenaars van nu
In Nederland heeft de tovenaarstraditie diepe wortels: van de voorlichting en Wageningen tot de hoogproductieve kas. Na 1950 groeide de Nederlandse landbouw uit tot een van de productiefste van Europa, zeker gemeten naar de arbeidsproductiviteit, de opbrengst per werkende.6 Tovenaars van nu werken aan emissiearme stallen, gewassen die met nieuwe veredelingstechnieken bestand zijn tegen ziekte en droogte, verticale landbouw onder ledlicht, en eiwit uit cellen of fermentatie.
In 2026 nam de Europese Unie na drie jaar onderhandelen nieuwe regels aan voor planten die met nieuwe genomische technieken, zoals CRISPR, zijn veredeld. Planten die ook door klassieke veredeling hadden kunnen ontstaan, worden daarin grotendeels gelijk behandeld met klassiek veredelde planten.5 Voorstanders zien dat als een doorbraak naar rassen die met minder bestrijdingsmiddelen toe kunnen. Tegenstanders vrezen dat octrooien de macht bij een paar grote bedrijven leggen, en wijzen op risico's die nog niet bekend zijn. De boodschap van de tovenaars: problemen zijn er om opgelost te worden.
De profeten van nu
Ook de profetentraditie is hier sterk. Voor het grote publiek begon de discussie over de moderne landbouw met Silent Spring van Rachel Carson (1962), dat een jaar later in het Nederlands verscheen. In de jaren zeventig kwamen er steeds meer vragen over de intensieve productiemethoden, het beslag op schaarse grondstoffen en ruimte, en de kwaliteit van de producten zelf.6 In 1972 verscheen het rapport De grenzen aan de groei van de Club van Rome. Binnen enkele maanden gingen er honderdduizenden exemplaren over de toonbank.7 Mansholt kende de conclusies al en schreef in februari 1972 zijn brief. Zie De Mansholtbrief en de grenzen aan de groei.
Profeten van nu pleiten voor kringlooplandbouw, natuurinclusieve landbouw, minder dieren en een landbouw die zich aanpast aan bodem en water. In 2018 koos minister Schouten in haar visie voor een omslag naar kringlooplandbouw in 2030.8 De boodschap van de profeten: niet alles kan, en elke technische oplossing brengt nieuwe problemen mee.
Sparen of delen?
Onder ecologen kreeg de tegenstelling een eigen vorm. In 2005 zetten de Britse onderzoeker Rhys Green en collega's twee strategieën tegenover elkaar. Bij land sparing (land sparen) produceer je zo intensief mogelijk op een kleiner oppervlak, zodat elders ruimte overblijft voor wilde planten en dieren. Bij land sharing (land delen) maak je de landbouwgrond zelf vriendelijker voor die soorten, en neem je een lagere opbrengst voor lief. Welke strategie beter uitpakt, hangt volgens hen af van hoe soorten op een hogere opbrengst reageren, en van hoeveel voedsel er nodig is.12 Sparen past bij de tovenaar, delen bij de profeet. In Nederland ligt het ingewikkelder, omdat veel heide, graslanden en weidevogelgebieden zelf cultuurlandschap zijn, dat juist door landbouw en beheer is ontstaan.
Een valse keuze?
Mann laat zien dat de twee kampen vooral verschillen in waarden. Tovenaars vertrouwen op menselijke vindingrijkheid en groei, profeten op matigheid en de grenzen van de aarde. Beide hebben ook gelijk gekregen. Volgens de Canadese onderzoeker Vaclav Smil hangt een derde tot twee vijfde van de wereldbevolking direct af van kunstmest uit het Haber-Bosch-procedé. Dat procedé maakt stikstofkunstmest in vrijwel onbeperkte hoeveelheden mogelijk, maar kost zeer veel energie.9 Critici wijzen erop dat de Groene Revolutie op sommige plekken heeft geleid tot uitgeputte bodems en dalend grondwater.
In de praktijk lopen de rollen door elkaar. Precisietechniek en biologische landbouw worden vaak als tegenpolen gezien, maar ze vullen elkaar ook aan. Juist biologische boeren, die geen chemische onkruidbestrijders mogen gebruiken, behoren tot de eerste kopers van wiedrobots. Zie Data, AI en de digitale boer. En een melkveehouder met een melkrobot kan ook kruidenrijk grasland aanleggen. De techniek van de tovenaar dient dan het doel van de profeet: minder middelen, meer leven in de bodem. De vraag is welke houding leidend wordt als het erop aankomt, en wie dat bepaalt.
- De tegenstelling klinkt door in de hele canon, van Kunstmest en Wageningen en de voorlichting tot De Mansholtbrief en de grenzen aan de groei en Voorschrift of doel?.
- In het Europese debat over nieuwe veredelingstechnieken, kweekvlees en extensivering staan tovenaars en profeten vaak lijnrecht tegenover elkaar. Zie ook De eiwittransitie.
- Ook bij planten en dieren speelt de vraag: veel Nederlandse heide, graslanden en weidevogelgebieden zijn cultuurlandschap dat juist door menselijk beheer bestaat. Zie Natuur is mensenwerk.
- Zie ook Data, AI en de digitale boer en Wat nu? De open tafel.
Vier perspectieven
De tovenaar
Honger is in grote delen van de wereld verdwenen dankzij techniek. De wereldbevolking groeide sinds 1950 enorm, en toch daalde het aandeel mensen met honger. Wie nu op de rem trapt, maakt voedsel duurder en schaarser, vooral voor arme mensen. Innovatie kan opbrengst en milieu tegelijk verbeteren: wie meer oogst per hectare, heeft minder land nodig en laat meer ruimte voor wilde planten en dieren.
De profeet
Elke technische doorbraak had een prijs: uitgeputte bodems, verdwenen soorten, vervuild water. Wie blijft groeien, verschuift het probleem naar later of naar elders. Techniek maakt bovendien afhankelijk van kunstmest, energie en grondstoffen van ver weg. Echte duurzaamheid begint bij minder vragen van de aarde, en bij het herstellen van kringlopen.
De boer
Voor de boer is het vaak geen principekeuze. Hij moet rondkomen, regels volgen en zijn grond gezond houden. Hij kiest wat werkt op zijn bedrijf, en wordt soms moe van de idealen van anderen. Hij heeft decennialang gedaan wat voorlichters, banken en overheid aanraadden: groeien en efficiënter worden. Nu krijgt hij te horen dat het anders moet.
De burger
De burger wil betaalbaar, gezond en duurzaam eten. Kiezen voor de tovenaars kan betekenen dat je techniek moet vertrouwen die je niet begrijpt, zoals nieuwe veredeling of eiwit uit een fabriek. Kiezen voor de profeten kan betekenen dat je anders moet eten en meer moet betalen. Vaak wil de burger allebei tegelijk.
De tovenaar
Honger is in grote delen van de wereld verdwenen dankzij techniek. De wereldbevolking groeide sinds 1950 enorm, en toch daalde het aandeel mensen met honger. Wie nu op de rem trapt, maakt voedsel duurder en schaarser, en dat treft vooral arme mensen. Innovatie kan opbrengst en milieu tegelijk verbeteren: wie meer oogst per hectare, heeft minder land nodig en laat meer ruimte voor wilde planten en dieren.
De profeet
Elke technische doorbraak had een prijs: uitgeputte bodems, verdwenen soorten, vervuild water. Wie blijft groeien, verschuift het probleem naar later of naar elders. Techniek maakt bovendien afhankelijk van kunstmest, energie en grondstoffen van ver weg, en van de bedrijven die die techniek bezitten. Echte duurzaamheid begint volgens de profeet bij minder vragen van de aarde, en bij het herstellen van kringlopen van voer, mest en voedingsstoffen.
De boer
Voor de boer is het vaak geen principekeuze. Hij moet rondkomen, regels volgen en zijn grond gezond houden. Hij kiest wat werkt op zijn bedrijf, en wordt soms moe van de idealen van anderen. Hij heeft decennialang gedaan wat voorlichters, banken en overheid aanraadden: groeien en efficiënter worden. Nu krijgt hij te horen dat het anders moet. Een investering in een stal of machine gaat tientallen jaren mee; een wisselende koers maakt het moeilijk om te kiezen.
De burger
De burger wil betaalbaar, gezond en duurzaam eten. Kiezen voor de tovenaars kan betekenen dat je techniek moet vertrouwen die je niet begrijpt, zoals nieuwe veredeling of eiwit uit een fabriek. Kiezen voor de profeten kan betekenen dat je anders moet eten en meer moet betalen. Vaak wil de burger allebei tegelijk, en verschilt wat hij in een enquête zegt van wat hij in de supermarkt koopt.
- De korte tarwe van Borlaug heeft haar genen te danken aan Norin 10, een Japans tarweras uit 1935 van de veredelaar Gonjiro Inazuka. Een Amerikaanse landbouwkundige, S.D. Salmon, nam het zaad na een bezoek aan een Japans proefstation mee naar de Verenigde Staten.2
- De term 'Groene Revolutie' werd op 8 maart 1968 gemunt door William Gaud, de baas van de Amerikaanse ontwikkelingshulp. Hij zette die groene revolutie bewust af tegen de rode van de Sovjets en de witte van de sjah van Iran.10
- In het Mexicaanse Ciudad Obregón, waar Borlaug een deel van zijn eerste proeven deed, werd in 1968 een straat naar hem vernoemd.11
- India vierde zijn recordoogst van 1968 met een postzegel met het opschrift 'The Indian Wheat Revolution 1968'.1
Moet de landbouw van de toekomst het vooral slimmer doen, of vooral minder? En wie mag dat bepalen?
- Noors Nobelcomité, A. Lionæs, toespraak bij de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede 1970 (10 december 1970), link. ↩
- CIMMYT, 'From east Asia to south Asia, via Mexico: how one gene changed the course of history' (3 januari 2016), link. ↩
- Long Now Foundation, 'Charles C. Mann: The Wizard and the Prophet' (lezing, 22 januari 2018), link. ↩
- J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture, 1500–2000 (Wageningen 2010), p. 20. ↩
- Staatssecretaris van LVVN, brief over de aangenomen NGT-verordening, Kamerstukken II 27428, nr. 414 (25 augustus 2026), link. ↩
- J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture, 1500–2000 (Wageningen 2010), p. 250. ↩
- Club of Rome, 'History of the Club of Rome' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- Ministerie van LNV, Visie Landbouw, Natuur en Voedsel: Waardevol en Verbonden (8 september 2018), link. ↩
- J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture, 1500–2000 (Wageningen 2010), p. 314 (noot 540, naar V. Smil, Enriching the Earth, 2001). ↩
- W.S. Gaud, 'The Green Revolution: Accomplishments and Apprehensions', toespraak voor de Society for International Development, Washington (8 maart 1968), link. ↩
- NobelPrize.org, 'Norman Borlaug – Biographical' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- R.E. Green, S.J. Cornell, J.P.W. Scharlemann en A. Balmford, 'Farming and the fate of wild nature', Science 307 (2005), p. 550–555, link.
Verder lezen
- C.C. Mann, The Wizard and the Prophet (2018); Nederlandse vertaling De tovenaar en de profeet.
- W. Vogt, Road to Survival (1948).
- T.R. Malthus, An Essay on the Principle of Population (1798).
- D.H. Meadows e.a., The Limits to Growth (1972).