In dit schilderij
- Het strakke perceel met één gewas: landbouw op basis van controle.
- De spuitmachine en de zak kunstmest: sturen met middelen van buiten.
- De akker in stroken met bloeiende randen: diversiteit als bescherming.
- De kluit aarde met regenwormen en wortels: het bodemleven als basis.
- Het lieveheersbeestje: natuurlijke vijanden die plagen opruimen.
Van controle naar veerkracht
Een eeuw lang werd de landbouw beter door steeds meer te beheersen: kunstmest voor de voeding, middelen tegen plagen en ziekten, drainage voor het water. Nu zoeken boeren en onderzoekers een bedrijf dat anders werkt: een bedrijf dat steunt op de veerkracht van bodem, planten en dieren, en dat met minder inzet van buiten toe kan. Hoe ziet zo'n bedrijf eruit, en wat vraagt het?
Een eeuw lang werd de landbouw productiever door steeds meer te beheersen: kunstmest voor de voeding, chemische middelen tegen plagen en ziekten, drainage voor het water. Nu zoeken boeren en onderzoekers naar een bedrijf dat anders werkt: een bedrijf dat steunt op de veerkracht van bodem, planten en dieren, en dat met minder inzet van buiten toe kan. Hoe ziet zo'n bedrijf eruit, wat levert het op, en welke risico's brengt de overgang met zich mee?
Een systeem van controle
Na de De landbouwcrisis van de negentiende eeuw vond de landbouw zijn kracht in kennis en beheersing. Kunstmest maakte de boer onafhankelijk van zijn eigen mest. Chemische middelen hielden plagen en onkruid in toom. Drainage regelde het water. Elk probleem kreeg een eigen oplossing van buiten het bedrijf. De voorlichting vanuit Wageningen en de voorlichting droeg die aanpak decennialang uit, met steun van de overheid, en boeren volgden die adviezen.1
Dat bracht enorme opbrengsten. Maar elke ingreep vraagt weer een volgende. Een bodem met weinig organische stof heeft meer kunstmest nodig, een plaag die resistent wordt een nieuw middel. Het bedrijf wordt afhankelijk van wat het inkoopt, en van de prijs daarvan. Dat bleek in 2022. Na de Russische inval in Oekraïne werden kunstmest, energie en veevoer fors duurder.2
Een levende bodem
In een bedrijf dat op veerkracht draait, begint alles bij de bodem. Regenwormen, schimmels en bacteriën maken voedingsstoffen vrij, houden de grond luchtig en laten regenwater beter wegzakken. Een bodem met veel organische stof houdt in droge tijden langer vocht vast.
Boeren voeden dat bodemleven met groenbemesters na de oogst, vaste mest en compost, en met minder diepe grondbewerking. Vlinderbloemigen zoals klaver halen stikstof uit de lucht. Dat scheelt kunstmest. Hoeveel mest de bodem en het gewas echt benutten, hangt sterk af van tijdstip, techniek, grondsoort en gewas.
In 2019 startte het ministerie van LNV het Nationaal Programma Landbouwbodems. Het doel: alle 1,8 miljoen hectare landbouwbodem in 2030 duurzaam beheerd. Landbouwbodems moeten ook extra koolstof vastleggen, als bijdrage aan het Klimaatakkoord. Hoe je 'duurzaam beheerd' meet, moest toen nog worden uitgewerkt.3 Het is nog altijd onderwerp van gesprek.
Afwisseling als verzekering
Een ruime vruchtwisseling, waarin hetzelfde gewas pas na een paar jaar terugkomt, voorkomt dat ziekten en aaltjes zich in de grond ophopen. Bij strokenteelt staan gewassen in smalle stroken naast elkaar. Een plaag die het ene gewas lust, verspreidt zich dan minder snel.
Wageningen University & Research onderzoekt strokenteelt sinds 2010 in Lelystad. Op de klei gaven aardappels in stroken van drie meter daar zo'n 25 procent meer opbrengst per hectare dan op een gewoon perceel, op het zand bij Wageningen zo'n 12 procent. Bij bredere stroken van zes meter was die meeropbrengst er niet, maar hadden gewassen wel minder last van ziekten en plagen.10 Veel aandacht kreeg ook de Boerderij van de Toekomst in Lelystad, een proefbedrijf dat rond 2020 begon. Daar worden vernieuwingen gestapeld: meer verschillende gewassen, bloemstroken, vaste rijpaden die de bodem sparen, een ruime vruchtwisseling met groenbemesters, veel minder chemische middelen en een bemesting in de kringloop. Omdat de subsidie van het ministerie stopte, ligt het project in 2026 grotendeels stil.11 De effecten verschillen per gewas en per jaar, en stroken moeten passen bij de breedte van de machines.
Natuurlijke vijanden aan het werk
Bloeiende akkerranden en houtwallen geven onderdak aan lieveheersbeestjes, zweefvliegen en sluipwespen. Die eten bladluizen en andere plagen op. De boer spuit dan pas als het echt nodig is. In de Nederlandse kassen werkt dat al tientallen jaren. Toen spint en witte vlieg in de jaren zestig ongevoelig werden voor gif, zochten telers een alternatief. Begin jaren zeventig ontwikkelde een particulier bedrijf een biologische bestrijding van de witte vlieg, en die verspreidde zich snel. In 1968 werd biologische bestrijding op 9 hectare kas toegepast. Nog geen twintig jaar later gebeurde dat in zo'n twintig landen op meer dan 3.000 hectare.4 Vanaf halverwege de jaren tachtig boekte de biologische bestrijding volgens landbouwhistoricus Jan Bieleman onverwacht veel succes.1
Helemaal nieuw is het idee niet. Het oude gemengde bedrijf, met Plaggen en potstal, werkte ook met kringlopen. Het verschil is dat de boer van nu er veel meer kennis over heeft.
Wat het vraagt
Veerkracht is minder voorspelbaar dan controle. De overgang kost tijd, kennis en soms opbrengst, terwijl grond duur is en de marges smal zijn. Ook regels passen niet altijd, omdat ze vaak voorschrijven hoe iets moet en niet wat het moet opleveren. Over die vraag, en over 'regeneratief' als label, gaat Voorschrift of doel?.
Hoe het mis kan gaan, liet Sri Lanka zien. In april 2021 kondigde de president daar aan dat alleen nog biologische landbouw was toegestaan. Kunstmest mocht niet meer worden ingevoerd, zonder overgangstijd. In de eerste zes maanden daalde de rijstoogst met zo'n 20 procent. Na weken van protest tegen stijgende voedselprijzen liet de regering het plan in november 2021 los.5 Voorstanders van veerkracht zien daarin geen bewijs tegen hun idee, maar een les over tempo en begeleiding. Critici zien het als waarschuwing dat minder inzet van buiten ook minder voedsel kan betekenen.
Een systeem van controle
Na de De landbouwcrisis van de negentiende eeuw vond de landbouw zijn kracht in kennis en beheersing. Kunstmest maakte de boer onafhankelijk van zijn eigen mest. Chemische middelen hielden plagen en onkruid in toom. Drainage regelde het water. Elk probleem kreeg een eigen oplossing van buiten het bedrijf. De voorlichting vanuit Wageningen en de voorlichting droeg die aanpak decennialang uit, met steun van de overheid, en boeren volgden die adviezen.1
Die aanpak bracht enorme winst. Een voorbeeld is de uienteelt op de zeeklei in het zuidwesten van het land. Begin jaren vijftig kostte een hectare uien zo'n 600 arbeidsuren, grotendeels voor het wieden. Halverwege de jaren zeventig was dat dankzij onkruidbestrijdingsmiddelen teruggebracht tot 50 uur, waardoor de teelt weer rendabel werd.4 Zulke cijfers verklaren waarom boeren, voorlichters en beleidsmakers lang in controle geloofden.
De keerzijde van beheersing
Maar elke ingreep roept weer een volgende op. Een bodem met weinig organische stof heeft meer kunstmest nodig; een plaag die resistent wordt, vraagt om een nieuw middel. Het bedrijf wordt afhankelijk van wat het inkoopt, en van de prijs daarvan. Dat bleek in 2022. Na de Russische inval in Oekraïne werden kunstmest, energie en veevoer fors duurder.2
Ook de maatschappelijke waardering veranderde. Vanaf het midden van de jaren zeventig groeide de kritiek op de milieudruk van de intensieve landbouw. Pas halverwege de jaren tachtig volgde een koerswijziging: maatregelen tegen de milieudruk in de veehouderij, precisielandbouw in de akkerbouw en biologische bestrijding in de gewasbescherming.1 Veerkracht is dus geen plotselinge mode, maar de voortzetting van een omslag die al decennia gaande is.
Een levende bodem
In een bedrijf dat op veerkracht draait, begint alles bij de bodem. Regenwormen, schimmels en bacteriën maken voedingsstoffen vrij, houden de grond luchtig en laten regenwater beter wegzakken. Een bodem met veel organische stof houdt in droge tijden langer vocht vast en spoelt bij zware buien minder snel weg.
Boeren voeden dat bodemleven met groenbemesters na de oogst, vaste mest en compost, en met minder diepe grondbewerking. Vlinderbloemigen zoals klaver halen stikstof uit de lucht. Dat scheelt kunstmest. Hoeveel mest de bodem en het gewas werkelijk benutten, is niet eenvoudig te voorspellen: het hangt sterk af van tijdstip, techniek en mestsoort, van de grondsoort (droog zand spoelt veel meer uit dan klei of veen) en van het gewas. Ook fosfaat telt mee: veel zandgronden zijn na decennia van zware bemesting ermee verzadigd, zodat een kringloop daar vooral om afbouwen vraagt.
In 2019 startte het ministerie van LNV het Nationaal Programma Landbouwbodems. Het doel: alle 1,8 miljoen hectare landbouwbodem in 2030 duurzaam beheerd. Landbouwbodems moeten ook extra koolstof vastleggen, als bijdrage aan het Klimaatakkoord. Hoe je 'duurzaam beheerd' meet, moest toen nog worden uitgewerkt.3 Het is nog altijd onderwerp van gesprek.
Afwisseling als verzekering
Een ruime vruchtwisseling, waarin hetzelfde gewas pas na een paar jaar terugkomt, voorkomt dat ziekten en aaltjes zich in de grond ophopen. Bij strokenteelt staan gewassen in smalle stroken naast elkaar. Een plaag die het ene gewas lust, verspreidt zich dan minder snel.
Wageningen University & Research onderzoekt strokenteelt sinds 2010 in Lelystad. Op de klei gaven aardappels in stroken van drie meter daar zo'n 25 procent meer opbrengst per hectare dan op een gewoon perceel, op het zand bij Wageningen zo'n 12 procent. De onderzoekers vermoeden dat nuttige bodemschimmels daarbij een rol spelen, maar dat moet nog verder worden onderzocht. Bij bredere stroken van zes meter, op een bedrijf in Flevoland, was die meeropbrengst er niet, maar hadden gewassen wel minder last van ziekten en plagen. Een knelpunt is de mechanisatie: de meeste machines zijn gebouwd voor grote percelen met één gewas, en smallere machines zijn nog in ontwikkeling of duurder. Meer kopakkers en rijsporen vergroten bovendien het risico op bodemverdichting.10
Los daarvan kreeg ook de Boerderij van de Toekomst in Lelystad veel aandacht. Dat is een apart proefbedrijf van 20 hectare, dat rond 2020 begon. Daar worden vernieuwingen gestapeld: meer verschillende gewassen, bloemstroken, vaste rijpaden die de bodem sparen, een ruime vruchtwisseling met groenbemesters, veel minder chemische middelen en een bemesting in de kringloop. Het project werd betaald met subsidie van het ministerie, met bijdragen van de provincie Flevoland en WUR zelf. Die subsidie liep in juli 2025 af, en een nieuwe aanvraag werd niet gehonoreerd. Daardoor ligt het project in 2026 grotendeels stil; het onderzoek naar strokenteelt in Lelystad heeft eigen financiering en gaat wel door.11
Natuurlijke vijanden aan het werk
Bloeiende akkerranden en houtwallen geven onderdak aan lieveheersbeestjes, zweefvliegen en sluipwespen. Die eten bladluizen en andere plagen op. De boer spuit dan pas als het echt nodig is. In de Nederlandse kassen werkt dat al tientallen jaren. Al voor de oorlog zetten sommige tuinders natuurlijke vijanden in, maar de komst van goedkope chemische middelen zette die aanpak en het onderzoek ernaar stil. Toen spint en witte vlieg in de jaren zestig steeds ongevoeliger werden voor de middelen, zochten telers opnieuw een alternatief. Begin jaren zeventig ontwikkelde een particulier bedrijf een biologische bestrijding van de witte vlieg, en die verspreidde zich snel. In 1968 werd biologische bestrijding op 9 hectare kas toegepast. Nog geen twintig jaar later gebeurde dat in zo'n twintig landen op meer dan 3.000 hectare.4 Vanaf halverwege de jaren tachtig boekte de biologische bestrijding volgens landbouwhistoricus Jan Bieleman onverwacht veel succes.1
Helemaal nieuw is het idee van kringlopen niet. Het oude gemengde bedrijf, met Plaggen en potstal, draaide ook op het hergebruik van mest en voedingsstoffen binnen het bedrijf en zijn omgeving. Het verschil is dat de boer van nu veel meer weet over bodemleven, plagen en hun vijanden, en daarnaast kan kiezen uit moderne hulpmiddelen.
Wat de overgang vraagt
Veerkracht is minder voorspelbaar dan controle. De overgang kost tijd, kennis en soms opbrengst, terwijl grond duur is en de marges smal zijn. Ook regels passen niet altijd, omdat ze vaak voorschrijven hoe iets moet en niet wat het moet opleveren. Over die vraag, en over 'regeneratief' als label, gaat Voorschrift of doel?.
Hoe het mis kan gaan, liet Sri Lanka zien. In april 2021 kondigde de president daar aan dat alleen nog biologische landbouw was toegestaan. Kunstmest mocht niet meer worden ingevoerd, zonder overgangstijd. In de eerste zes maanden daalde de rijstoogst met zo'n 20 procent. Na weken van protest tegen stijgende voedselprijzen liet de regering het plan in november 2021 los.5 Voorstanders van veerkracht zien daarin geen bewijs tegen hun idee, maar een les over tempo, kennis en begeleiding: een omschakeling die van bovenaf wordt opgelegd, zonder voorbereiding, laat boeren met de risico's zitten. Critici zien het als waarschuwing dat minder inzet van buiten ook minder voedsel kan betekenen, zeker waar bodems arm zijn. Tussen die twee posities ligt een breed middenveld van boeren en onderzoekers die controle en veerkracht combineren: gericht ingrijpen waar het moet, en het systeem zijn werk laten doen waar het kan.
- De omslag van controle naar veerkracht is het antwoord dat sommigen zien op wat zij de tweede landbouwcrisis noemen. Zie De landbouwcrisis.
- Biologische boeren gaan deze weg al decennia. Hoe je zo'n omslag stuurt, met regels of met doelen, staat in Voorschrift of doel?.
- Een bodem die water vasthoudt, helpt tegen droogte en wateroverlast. Zie Klimaat: uitstoot, water en bodem.
- Veerkracht op het bedrijf raakt ook de planten en dieren eromheen. Zie Natuur is mensenwerk.
- Zie ook Gewasbescherming onder vuur, Tovenaars of profeten? en Data, AI en de digitale boer: techniek kan veerkracht ook ondersteunen.
Vier perspectieven
De boer
Veel boeren zien de waarde van een gezonde bodem, en sommigen zijn al ver op weg. Maar omschakelen is een risico, en de bank, de grondprijs en de afnemer vragen om zekerheid. Een slecht jaar kan een bedrijf dat net is begonnen met omschakelen hard raken. Boeren willen daarom proeven op hun eigen grond en kennis van collega's die het al doen. Wie betaalt de overgang?
Bodemleven en akkervogels
Voor bodemleven, insecten en vogels kan deze omslag een groot verschil maken. Akkervogels zoals de patrijs en de veldleeuwerik hebben baat bij randen, stroken en stoppels die blijven liggen. Ecologen benadrukken wel dat het om echte veranderingen moet gaan, niet om een paar bloemenranden langs een verder ongewijzigde akker.
De overheid
De overheid heeft het landbouwbeleid lang ingericht op controle en normen. Een bedrijf dat op veerkracht draait, vraagt om goede metingen, vertrouwen en ruimte voor boeren om zelf de weg te kiezen. Ook de toelating van nieuwe biologische middelen en natuurlijke vijanden duurt lang. Tegelijk wil de overheid zeker weten dat zulke middelen veilig zijn.
De keten en de consument
Zuivelbedrijven, supermarkten en voedingsbedrijven zetten bodemgezondheid en biodiversiteit steeds vaker in hun plannen. Zuivel, bank en natuurorganisatie ontwikkelden samen een Biodiversiteitsmonitor voor melkveebedrijven. De vraag is of de keten breder wil betalen, en of consumenten de producten kopen als die duurder zijn.
De boer
Veel boeren zien de waarde van een gezonde bodem, en sommigen zijn al ver op weg. Maar omschakelen is een risico, en de bank, de grondprijs en de afnemer vragen om zekerheid. Een slecht jaar kan een bedrijf dat net is begonnen met omschakelen hard raken. Daarnaast vraagt een nieuw teeltsysteem soms andere machines, die duur zijn of nog niet bestaan. Boeren willen daarom proeven op hun eigen grond en kennis van collega's die het al doen. En de vraag blijft: wie betaalt de overgang, en wie draagt het risico als het tegenvalt?
Bodemleven en akkervogels
Voor bodemleven, insecten en vogels kan deze omslag een groot verschil maken. Akkervogels zoals de patrijs en de veldleeuwerik hebben baat bij randen, stroken en stoppels die blijven liggen. Ecologen benadrukken wel dat het om echte veranderingen moet gaan, niet om een paar bloemenranden langs een verder ongewijzigde akker. Ook wijzen ze erop dat herstel van bodemleven en soorten jaren kan duren.
De overheid
De overheid heeft het landbouwbeleid lang ingericht op controle en normen. Een bedrijf dat op veerkracht draait, vraagt om goede metingen, vertrouwen en ruimte voor boeren om zelf de weg te kiezen. Ook de toelating van nieuwe biologische middelen en natuurlijke vijanden duurt lang. Tegelijk wil de overheid zeker weten dat zulke middelen veilig zijn. En proefprojecten zijn kwetsbaar als hun financiering per subsidieronde wordt bepaald.
De keten en de consument
Zuivelbedrijven, supermarkten en voedingsbedrijven zetten bodemgezondheid en biodiversiteit steeds vaker in hun plannen. Zuivel, bank en natuurorganisatie ontwikkelden samen een Biodiversiteitsmonitor voor melkveebedrijven. De vraag is of de keten breder wil betalen, en of consumenten de producten kopen als die duurder zijn. Critici waarschuwen dat mooie plannen zonder hogere prijzen de rekening alsnog bij de boer leggen.
- Het laatste wetenschappelijke boek van Charles Darwin ging over regenwormen (1881). Er werden er in de eerste weken duizenden van verkocht.7
- Biologische bestrijder Koppert werd in 1967 opgericht door komkommerteler Jan Koppert uit Berkel en Rodenrijs. Hij had zelf al roofmijten ingezet tegen spint.6
- Bij tomaten in de kas doen hommels het bestuivingswerk. Het Belgische Biobest, in 1987 opgericht door dierenarts Roland De Jonghe, maakte daar een commercieel alternatief voor bestuiving met de hand van.8
- In Oost-Afrika gebruiken boeren 'push-pull' tegen stengelboorders in maïs. Desmodium tussen de maïs jaagt de motten weg, napiergras aan de rand lokt ze naar zich toe.9
Durven we in de landbouw controle los te laten? En wie draagt het risico als lieveheersbeestjes, wormen en schimmels het werk minder voorspelbaar doen?
- J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture, 1500–2000 (Wageningen 2010), p. 317. ↩
- CBS, 'Inkomsten landbouwsector iets hoger in 2022' (19 december 2022), link. ↩
- Minister van LNV, brief over het nationaal programma landbouwbodems, Kamerstukken II 30015, nr. 58 (25 april 2019), link. ↩
- J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture, 1500–2000 (Wageningen 2010), p. 306. ↩
- Wikipedia (en), 'Sri Lankan economic crisis (2019–2024)' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- Wikipedia, 'Koppert' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- Wikipedia (en), 'The Formation of Vegetable Mould through the Action of Worms' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- Wikipedia, 'Biobest' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- Wikipedia (en), 'Push–pull agricultural pest management' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- Wageningen University & Research, 'Duurzaam én toch hoogproductieve akkerbouw' (longread, 24 juni 2025), link. ↩
- Wageningen University & Research, 'Project Boerderij van de Toekomst Lelystad 2026 gepauzeerd: 5 vragen en antwoorden' (17 december 2025), link. ↩
Verder lezen
- Ministerie van LNV, Landbouw, natuur en voedsel: waardevol en verbonden (2018).
- Wageningen University & Research, onderzoek naar strokenteelt en functionele agrobiodiversiteit.
- Louis Bolk Instituut, publicaties over bodemkwaliteit en natuurinclusieve landbouw.
- ZuivelNL, 'Biodiversiteitsmonitor Melkveehouderij', link.