In dit schilderij
- Het natte veen in het westen: een hoger waterpeil moet bodemdaling afremmen.
- De gebarsten zandgrond in het oosten: droge zomers raken boeren, heide en beekdalen.
- De rivier met brede uiterwaarden: ruimte voor het water van natte winters.
- De kluit aarde in de hand van een boer: de bodem als basis.
- De regenmeter: te veel en te weinig regen worden allebei vaker gemeten.
Hoe boeren in een veranderend klimaat?
Het klimaat verandert, en de landbouw merkt het als eerste. Droge zomers, natte winters, zout water dat het land in kruipt en een zakkende bodem in het veen. Tegelijk stoot de landbouw zelf broeikasgassen uit: methaan uit de pens van koeien en uit mest, lachgas uit bemeste grond, en CO2 uit kassen en ontwaterd veen. Eeuwenlang paste Nederland het water aan aan wat boeren, steden en industrie wilden. In 2022 stelde het kabinet voor die redenering om te draaien: water en bodem moeten mee bepalen wat waar kan. Hoe ver die omkering gaat, en hoeveel de landbouw aan minder uitstoot moet bijdragen, is nog open.
Het klimaat verandert, en de landbouw merkt het als een van de eerste sectoren. Droge zomers, natte winters, zout water dat het land in kruipt en een zakkende bodem in het veen. Tegelijk is de landbouw zelf een bron van broeikasgassen: methaan uit de pens van herkauwers en uit mestopslag, lachgas uit bemeste grond, en CO2 uit verwarmde kassen en ontwaterd veen. Eeuwenlang paste Nederland het waterpeil aan aan wat boeren, steden en industrie nodig hadden. In 2022 stelde het kabinet voor die redenering om te draaien: water en bodem moeten mee bepalen wat waar kan. Hoe ver die omkering gaat, hoeveel uitstoot de landbouw moet terugdringen en wie de aanpassing betaalt, is nog open.
Te droog en te nat
De zomers van 2018 en 2022 waren in grote delen van het land extreem droog. Op de hoge zandgronden zakte het grondwater diep weg, en boeren mochten soms niet beregenen. In het westen drong zout water verder de rivieren in. Volgens het KNMI komt een droogte als die van 2018 ongeveer eens in de dertig jaar voor.1
Daartegenover staan natte winters en heftige buien. In 2021 liep Zuid-Limburg onder water. Na het natte najaar van 2023 konden veel akkerbouwers lange tijd het land niet op. Soms heeft een boer in één jaar eerst te veel en daarna te weinig water.
Volgens het KNMI worden de zomers droger en de winters natter. Hoe sterk, hangt vooral af van hoeveel broeikasgassen de wereld nog uitstoot.2 Tegelijk kunnen boeren gewassen telen die hier vroeger niet groeiden. Sommigen zetten in op techniek: meer zoetwater aanvoeren, slimmer beregenen, nieuwe rassen. Anderen vinden dat de landbouw zich moet aanpassen aan wat de bodem en het water ter plekke aankunnen.
Een zakkend land
In het veenweidegebied is het klimaat dubbel voelbaar. Sinds de De grote veenontginningen wordt het veen ontwaterd. Droog veen vergaat: de bodem zakt, en er komt CO2 vrij. Een lager peil maakte het land beter berijdbaar, maar versnelde de daling. Wie het peil weer omhoog zet, remt de daling af, maar maakt het land natter voor melkvee.3 Volgens het PBL stoot een hectare ontwaterd veen gemiddeld zo'n 20 ton CO2 per jaar uit.4
Boeren en onderzoekers zoeken naar tussenwegen. Bij Zegveld testen ze onderwaterdrains: buizen onder het slootpeil die in de zomer water de grond in brengen. Op een proefperceel halveerde de bodemdaling, al vragen onderzoekers om meer metingen in de praktijk.3 Op andere plekken proberen boeren natte teelten, zoals lisdodde.5 Of zulke teelten een boer een inkomen geven, moet nog blijken.
Methaan en lachgas
De landbouw ondergaat het klimaat niet alleen, maar draagt er ook aan bij. Ze stoot ongeveer een zesde van alle Nederlandse broeikasgassen uit.6 Het grootste deel daarvan is geen CO2. In de pens van koeien, schapen en geiten breken microben gras en ander voer af, en daarbij ontstaat methaan, dat de dieren uitboeren. Ook in mestkelders ontstaat methaan. Driekwart van al het methaan in Nederland komt uit de landbouw, vooral van rundvee. Lachgas ontstaat in de bodem, vooral na bemesting met kunstmest of dierlijke mest. CO2 komt vooral uit het aardgas waarmee kassen worden verwarmd, en uit ontwaterd veen.7
Sinds 1990 daalde de uitstoot van methaan en lachgas flink. Dat kwam grotendeels door het mest- en ammoniakbeleid, en doordat dezelfde hoeveelheid melk met minder koeien werd gemaakt.8 Toen mest de grond in moest worden gespoten om ammoniak te beperken, ging de lachgasuitstoot uit die mest juist omhoog.8 Hoeveel broeikasgas er vrijkomt, hangt af van tijdstip, techniek, bodem en gewas. Een maatregel tegen het ene probleem kan een ander groter maken.
Hoe tel je methaan?
Over de vraag hoe zwaar methaan moet meetellen, wordt fel gediscussieerd. Methaan warmt veel sterker op dan CO2, maar het blijft maar zo'n twaalf jaar in de lucht. CO2 blijft eeuwen. In de gangbare rekenmethode, GWP100, telt een kilo methaan ongeveer 28 keer zo zwaar als een kilo CO2.9
In 2018 stelden de Britse klimaatonderzoeker Myles Allen en collega's een andere methode voor, GWP. Die kijkt niet alleen naar hoeveel methaan je uitstoot, maar ook of dat meer of minder wordt dan eerder. Een veestapel die gelijk blijft, voegt volgens die methode nauwelijks extra opwarming toe.10 Bij een krimpende veestapel kan de uitstoot zelfs als negatief worden geboekt.11 Voorstanders vinden dat eerlijker voor de veehouderij. Critici, zoals de klimaatonderzoekers Joeri Rogelj en Carl-Friedrich Schleussner, wijzen erop dat de methode landen met een grote, lang bestaande veestapel bevoordeelt, en arme landen met een groeiende veestapel benadeelt. Zij vinden GWP alleen bruikbaar voor de wereld als geheel, niet per land.11
Volgens Wouter van der Weijden en zijn medeauteurs in Daarom zijn boeren boos kan het een klein verschil maken als het beleid methaan uit de pens iets lichter laat wegen dan methaan uit aardgas. Het koolstofatoom in dat methaan kwam immers eerst als CO2 uit de lucht, via het gras. Het kabinet-Schoof wilde onderzoeken of het met die korte kringloop rekening kon houden.12
Hoeveel moet de landbouw bijdragen?
Sinds het Klimaatakkoord van 2019 moet ook de landbouw minder uitstoten, vooral minder methaan uit de veehouderij en minder CO2 uit het veen. Latere kabinetten legden de lat hoger.13 Volgens het PBL is de kans klein dat de landbouw haar doel voor 2030 haalt.14
Denemarken koos als eerste land voor een prijs. In 2024 spraken regering, boeren- en natuurorganisaties daar een heffing af op de uitstoot van vee, vanaf 2030.15 Voorstanders zien een eerlijke prijs voor uitstoot. Critici vrezen dat de productie verschuift naar landen zonder heffing. Zie ook Wat nu?.
Water en bodem sturend
Langs de rivieren kantelde het denken al eerder. Na de hoge waterstanden van 1993 en 1995 kregen rivieren meer ruimte. In de Noordwaard bij de Biesbosch werd een polder met veel landbouwgrond ontpolderd. Boerderijen kwamen op verhoogde terpen te staan, zoals vroeger in het noorden, zie Terpen en wierden.16
In 2022 ging het kabinet verder. In de brief Water en Bodem Sturend stond dat water en bodem mee moeten bepalen wat waar kan. Bijvoorbeeld: in het veen het grondwater hoger houden, en op de zandgronden water langer vasthouden.17 Twee jaar later schreef een volgend kabinet dat 'sturend' niet 'bepalend' betekent, maar 'rekening houden met'.18 Hoe streng de keuzes worden toegepast, en wie de aanpassing betaalt, is nog volop in beweging. Hetzelfde geldt voor de vraag hoeveel de landbouw aan minder uitstoot moet bijdragen, en tegen welke prijs.
Te droog en te nat
De zomers van 2018 en 2022 waren in grote delen van het land extreem droog. Op de hoge zandgronden zakte het grondwater diep weg, en boeren mochten soms niet beregenen. In het westen drong zout water verder de rivieren in, waardoor zoet water voor beregening en vee schaarser werd. Volgens het KNMI komt een droogte als die van 2018 ongeveer eens in de dertig jaar voor.1
Daartegenover staan natte winters en heftige buien. In 2021 liep Zuid-Limburg onder water, en na het natte najaar van 2023 konden veel akkerbouwers lange tijd het land niet op. Soms heeft een boer in één jaar eerst te veel en daarna te weinig water. Sloten, gemalen en drainage waren vooral gemaakt om water snel af te voeren, dat in een droge zomer dan ontbreekt.
Volgens de klimaatscenario's van het KNMI worden de zomers droger en de winters natter. Hoe sterk, hangt vooral af van hoeveel broeikasgassen de wereld nog uitstoot; in het hoogste scenario is rond 2100 een gemiddelde zomer zo droog als die van 2018.2 Warmere zomers brengen ook nieuwe ziekten, zoals blauwtong, een virusziekte van schapen en runderen die door knutten wordt verspreid.22 Tegelijk kunnen boeren gewassen telen die hier vroeger niet groeiden. Over het antwoord lopen de meningen uiteen. Sommigen zetten in op techniek: meer zoetwater aanvoeren, slimmer beregenen, rassen die droogte of zout verdragen. Anderen vinden dat de landbouw zich moet aanpassen aan wat bodem en water ter plekke aankunnen, ook als sommige teelten daardoor van bepaalde plekken verdwijnen.
Een zakkend land
In het veenweidegebied is het klimaat dubbel voelbaar. Sinds de De grote veenontginningen wordt het veen ontwaterd. Droog veen komt in contact met zuurstof en vergaat: de bodem zakt, en er komt CO2 vrij. Een lager peil maakte het land beter berijdbaar, maar versnelde de daling. Wie het peil weer omhoog zet, remt de daling af, maar maakt het land natter en minder geschikt voor melkvee, de basis van de veenweidelandbouw.3 Volgens het PBL stoot een hectare ontwaterd veen gemiddeld zo'n 20 ton CO2 per jaar uit.4
Boeren en onderzoekers zoeken naar tussenwegen. Bij Zegveld, in het Utrechtse veen, testen ze onderwaterdrains: buizen onder het slootpeil die in de zomer water de grond in brengen en in de winter afvoeren. Op een proefperceel halveerde de bodemdaling. Een Duitse veenonderzoeker trok dat effect in twijfel; de Wageningse onderzoekers weerlegden zijn kritiek, maar pleitten wel voor meer metingen in de praktijk.3 Op andere plekken proberen boeren natte teelten, zoals lisdodde.5 Of zulke teelten een boer een inkomen geven, moet nog blijken.
Methaan en lachgas
De landbouw ondergaat het klimaat niet alleen, maar draagt er ook aan bij. Volgens het CBS komt ongeveer een zesde van alle Nederlandse broeikasgassen uit de landbouw.6 Die uitstoot wordt uitgedrukt in CO2-equivalent: elk gas wordt omgerekend naar de hoeveelheid CO2 met hetzelfde opwarmende effect.
Anders dan in industrie of verkeer bestaat de landbouwuitstoot grotendeels niet uit CO2, maar komt ze uit biologische processen. In de pens van herkauwers breken microben gras en ruwvoer af; daarbij ontstaat methaan, dat de dieren uitboeren. Ook in mestkelders vormen bacteriën methaan. Driekwart van het Nederlandse methaan komt uit de landbouw, vooral van rundvee. Lachgas ontstaat bij omzettingen van stikstof in de bodem, vooral na bemesting met kunstmest of dierlijke mest. CO2 komt vooral uit aardgas voor de kassen en uit ontwaterd veen.7
Sinds 1990 daalde de uitstoot van methaan en lachgas flink, grotendeels als bijeffect van het mest- en ammoniakbeleid, en doordat onder het melkquotum dezelfde hoeveelheid melk met minder, productievere koeien werd gemaakt.8 Toen mest emissiearm in de bodem moest worden gebracht om ammoniak te beperken, steeg de lachgasuitstoot uit die mest juist.8 Hoeveel broeikasgas vrijkomt, hangt sterk af van tijdstip, techniek, bodemsoort en gewas, en een maatregel tegen het ene probleem kan een ander vergroten.
Hoe zwaar weegt methaan?
Over de vraag hoe zwaar methaan moet meetellen, wordt fel gediscussieerd. Methaan is per kilo een veel krachtiger broeikasgas dan CO2, maar het wordt in ongeveer twaalf jaar afgebroken, terwijl CO2 eeuwenlang blijft. In de gangbare rekenmethode, het Global Warming Potential over honderd jaar (GWP100), telt een kilo methaan ongeveer 28 keer zo zwaar als een kilo CO2.9
In 2018 stelden de Britse klimaatonderzoeker Myles Allen en collega's een alternatief voor, GWP. Die methode koppelt de opwarming door kortlevende gassen niet aan de totale uitstoot, maar aan de verandering daarin. Een gelijkblijvende methaanuitstoot houdt de concentratie in de lucht ongeveer stabiel en voegt dus nauwelijks extra opwarming toe.10 Bij een dalende uitstoot kan het resultaat zelfs als negatief worden geboekt.11 Voorstanders zien daarin een nauwkeuriger beeld van het klimaateffect van de veehouderij. Critici, onder wie de klimaatonderzoekers Joeri Rogelj en Carl-Friedrich Schleussner, wijzen op een verdelingsprobleem: per land toegepast beloont GWP landen met een grote, historisch gegroeide veestapel, terwijl landen die hun veehouderij nog uitbreiden zwaar worden aangerekend. Volgens hen is de methode alleen geschikt voor de wereld als geheel, niet voor nationale boekhouding.11
Volgens Wouter van der Weijden en zijn medeauteurs in Daarom zijn boeren boos kan het een klein verschil maken als beleid biogeen methaan, uit de pens, iets lichter laat wegen dan methaan uit fossiele bronnen, omdat de koolstof eerst via het gras uit de lucht is gehaald. Zij voegen eraan toe dat de oplossing uiteindelijk bij de consument ligt: pas als wereldwijd minder zuivel en rundvlees wordt gegeten, daalt de methaanuitstoot uit vee. Het kabinet-Schoof wilde onderzoeken of het met de korte koolstofkringloop rekening kon houden; volgens de auteurs was niet duidelijk of het daarbij ook aan methaan dacht.12
Hoeveel moet de landbouw bijdragen?
Sinds het Klimaatakkoord van 2019 heeft de landbouw een eigen opgave, vooral minder methaan uit de veehouderij, minder uitstoot uit de glastuinbouw en minder CO2 uit het veen. Latere kabinetten legden de lat hoger.13 Volgens het PBL is de kans dat de landbouw haar doel voor 2030 haalt kleiner dan 5 procent.14
Denemarken koos als eerste land voor een prijs. In 2024 sloten regering, landbouw- en natuurorganisaties daar een akkoord over een heffing op de uitstoot van vee vanaf 2030. De opbrengst vloeit de eerste jaren terug naar de sector, om de omschakeling te financieren.15 Voorstanders zien een marktconform instrument, waarmee boeren zelf de goedkoopste vermindering kunnen kiezen. Critici vrezen dat de productie naar landen zonder heffing verschuift. Zie ook Wat nu?.
Water en bodem sturend
Langs de rivieren kantelde het denken al eerder. Na de hoge waterstanden van 1993 en 1995 koos het Rijk niet alleen voor hogere dijken, maar ook voor meer ruimte voor het water. In de Noordwaard bij de Biesbosch werd een polder met veel landbouwgrond ontpolderd; boerderijen kwamen op verhoogde terpen te staan, zoals vroeger in het noorden, zie Terpen en wierden.16
In 2022 ging het kabinet verder met de brief Water en Bodem Sturend: water en bodem moeten mee bepalen wat waar kan. Bijvoorbeeld: in het veen het grondwater hoger houden en op de zandgronden water langer vasthouden.17 Daarmee brak de brief met een eeuwenoude lijn, waarin het water werd aangepast aan het gewenste gebruik van het land, zie Waterschappen en Droogmakerijen.
Twee jaar later schreef een volgend kabinet dat 'sturend' niet 'bepalend' betekent, maar 'rekening houden met'.18 Voor de een was dat een nodige verruiming, met ruimte voor maatwerk, woningbouw en landbouw. Voor de ander was het een afzwakking van een principe dat juist houvast moest geven. Hoe streng de keuzes worden toegepast, en wie de aanpassing betaalt, is nog volop in beweging. Aanpassing aan het klimaat en minder uitstoot raken elkaar in het veen, maar vragen elders om verschillende, soms botsende keuzes.
- Provincies en waterschappen werken de keuzes uit in hun plannen, vaak samen met de aanpak van stikstof en de beschermde gebieden. Zie Natura 2000 en De PAS-uitspraak.
- In veenweidegebieden wordt geëxperimenteerd met hogere waterpeilen, onderwaterdrainage en natte teelten zoals lisdodde. Zie Van akker naar wei.
- Op de zandgronden gaat het om water vasthouden, minder grondwater oppompen en het herstel van beekdalen.
- Een bodem met veel organisch materiaal houdt beter water vast in droge tijden en voert het beter af in natte. Zie Controle of veerkracht?.
- Voor minder methaan wordt gezocht naar ander voer, voeradditieven, fokkerij, mestvergisting en minder of andere dieren. Hoeveel elke maatregel oplevert, is nog onzeker. Zie Wie bepaalt wat we eten? en Tovenaars of profeten?.
- Zie ook Waterschappen, Droogmakerijen, Ruilverkaveling, Het mestprobleem en zure regen en Wat nu?.
Vier perspectieven
De boer
Boeren voelen droogte, wateroverlast en verzilting als eersten, in hun opbrengst en hun inkomen. Veel van hen zien dat het anders moet. Tegelijk vragen ze zich af of ze op natter of zouter land nog kunnen boeren, en wie de omschakeling betaalt. Een melkveehouder in het veen die het peil ziet stijgen, ziet ook zijn grond minder waard worden. Bij methaan voelen veel veehouders zich aangesproken op iets wat bij een koe hoort. Ze wijzen erop dat Nederlandse melk per kilo weinig uitstoot, en dat krimp hier de productie naar elders kan verplaatsen. Sommigen proberen al nieuwe gewassen, ander voer of natte teelten zoals lisdodde. Anderen willen eerst zien dat zulke teelten en maatregelen een markt hebben.
Beekdal en veen
Natte graslanden, beekdalen en veengebieden kunnen herstellen als het water de ruimte krijgt. Natuurbeschermers zagen de brief van 2022 als een belangrijke stap, en vrezen dat de nieuwe formulering van 2024 hem afzwakt. Een hoger peil in het veen remt ook de uitstoot van CO2, en zo raken water en klimaat elkaar. Ook de planten en dieren zelf veranderen mee met het klimaat: soorten verschuiven naar het noorden. Veel natte leefgebieden, zoals blauwgrasland en veenweide met weidevogels, zijn bovendien door boeren gemaakt. Ze hebben dus niet alleen water nodig, maar ook beheer, zie Wie onderhoudt de natuur van morgen?.
De waterbeheerder
Waterschappen hebben lang gestuurd op de wensen van gebruikers, ook die van de landbouw. Nu krijgen ze een sterkere stem bij ruimtelijke keuzes. Dat geeft ook verantwoordelijkheid voor moeilijke beslissingen over peilen, en over wie water krijgt als het schaars is. In het bestuur van een waterschap zitten ook vertegenwoordigers van boeren en natuurbeheerders. Hun belangen botsen soms, bijvoorbeeld als het ene perceel droog moet blijven en het andere nat.
De burger
Burgers krijgen te maken met hittezomers, natte kelders en de vraag waar nieuwe woningen mogen komen. Rond woningbouw bleek 'water en bodem sturend' gevoelig. Moet je nog bouwen in diepe polders, of juist op hogere grond? Via de waterschapsbelasting betaalt ieder huishouden mee aan pompen, dijken en peilbeheer. En wie kaas, melk en vlees koopt, is ook deel van het klimaatvraagstuk. Sommigen vinden dat minder vlees en zuivel eten het meest oplevert, anderen dat de oplossing bij betere techniek ligt, of dat het niet aan de burger is om dat te kiezen.
De boer
Boeren voelen droogte, wateroverlast en verzilting als eersten, in hun opbrengst en hun inkomen. Veel van hen zien dat het anders moet. Tegelijk vragen ze zich af of ze op natter of zouter land nog kunnen boeren, en wie de omschakeling betaalt. Een melkveehouder in het veen die het peil ziet stijgen, ziet ook zijn grond minder waard worden, terwijl die grond vaak het onderpand is voor zijn lening. Bij methaan voelen veel veehouders zich aangesproken op een natuurlijk proces in de koe. Ze wijzen erop dat Nederlandse melk per kilo relatief weinig uitstoot, en dat krimp hier de productie naar elders kan verplaatsen. Sommigen proberen al nieuwe gewassen, ander voer of natte teelten zoals lisdodde; anderen willen eerst zien dat zulke maatregelen een markt en een vergoeding hebben.
Beekdal en veen
Natte graslanden, beekdalen en veengebieden kunnen herstellen als het water de ruimte krijgt. Natuurbeschermers zagen de brief van 2022 als een belangrijke stap, en vrezen dat de nieuwe formulering van 2024 hem afzwakt. Een hoger peil in het veen remt bovendien de CO2-uitstoot, waardoor klimaatbeleid en waterbeheer elkaar hier versterken. Ook de planten en dieren zelf veranderen mee met het klimaat: soorten verschuiven naar het noorden. Veel natte leefgebieden, zoals blauwgrasland en veenweide met weidevogels, zijn bovendien door boeren gemaakt. Ze hebben dus niet alleen water nodig, maar ook beheer door maaien en beweiden, zie Wie onderhoudt de natuur van morgen?.
De waterbeheerder
Waterschappen hebben lang gestuurd op de wensen van gebruikers, ook die van de landbouw. Nu krijgen ze een sterkere stem bij ruimtelijke keuzes. Dat brengt ook verantwoordelijkheid mee voor moeilijke beslissingen over peilen, en over wie water krijgt als het schaars is. In het bestuur van een waterschap zitten ook vertegenwoordigers van boeren en natuurbeheerders. Hun belangen botsen soms, bijvoorbeeld als het ene perceel droog moet blijven en het aangrenzende juist nat.
De burger
Burgers krijgen te maken met hittezomers, natte kelders en de vraag waar nieuwe woningen mogen komen. Rond woningbouw bleek 'water en bodem sturend' gevoelig: moet je nog bouwen in diepe polders, of juist op hogere grond? Via de waterschapsbelasting betaalt ieder huishouden mee aan pompen, dijken en peilbeheer. Ook als consument is de burger deel van het klimaatvraagstuk. Sommigen vinden dat minder zuivel en vlees eten het meest oplevert; anderen leggen de oplossing bij technologische vernieuwing, of vinden dat de overheid niet moet bepalen wat er op het bord ligt.
- Het laagste punt van Nederland ligt in een weiland in de Zuidplaspolder bij Nieuwerkerk aan den IJssel, op ongeveer 6,76 meter onder NAP.19
- De droogte van 2018 was niet de ergste. In 1976 liep het neerslagtekort op tot 361 millimeter, en ook in 1959, 1911 en 1921 was het groter dan in 2018.1
- Bij Holme Fen in Engeland werd in 1851 een paal diep in het veen geslagen, met de top gelijk aan het maaiveld. Sindsdien is de grond er ruim vier meter gezakt, en dat is aan de paal te zien.20
- In een enquête uit 2020 wist ongeveer 70 procent van de boeren en tuinders dat hun bedrijf broeikasgassen uitstoot. Methaan kende maar 20 procent als broeikasgas, lachgas 8 procent.8
- Methaan is volgens de Global Methane Pledge verantwoordelijk voor zo'n 30 procent van de opwarming sinds de industriële revolutie.21
Als droogte, wateroverlast en zout water gaan bepalen wat waar kan groeien, hoe ziet het boerenland er over dertig jaar uit? En hoeveel minder uitstoot mag je van boeren vragen, als hun koeien en hun grond er nu eenmaal bij horen?
- R. Sluijter e.a. (KNMI), De droogte van 2018. Een analyse op basis van het potentiële neerslagtekort (november 2018), p. 4 en hoofdstuk 4, link. ↩
- KNMI, 'KNMI'23 klimaatscenario's' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- J.J.H. van den Akker e.a., Onderwaterdrains zijn effectief, Wageningen Environmental Research, rapport 2922 (2018), link. ↩
- Planbureau voor de Leefomgeving, 'Veenweidegebieden in transitie', essay in Landschap (2019), link. ↩
- Minister van LNV, brief over het Veenplan 1e fase, Kamerstukken II 2019/20, 32 813, nr. 562 (13 juli 2020), link. ↩
- CBS, 'Welke sectoren stoten broeikasgassen uit?', Dossier broeikasgassen (geraadpleegd 2026), link. ↩
- CBS, Emissies van de Nederlandse landbouw naar productgroepen (erratum), hoofdstuk 2 'Emissies naar lucht door de landbouw' (2024), link. ↩
- RVO, Eindrapportage convenant Schone en Zuinige Agrosectoren (december 2020), link. ↩
- Climate and Clean Air Coalition (UNEP), 'Methane' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- M.R. Allen, K.P. Shine, J.S. Fuglestvedt e.a., 'A solution to the misrepresentations of CO2-equivalent emissions of short-lived climate pollutants under ambitious mitigation', npj Climate and Atmospheric Science 1, 16 (2018), link. ↩
- J. Rogelj en C.-F. Schleussner, 'Unintentional unfairness when applying new greenhouse gas emissions metrics at country level', Environmental Research Letters 14, 114039 (2019), link. ↩
- W. van der Weijden, P. van Bodegom, E. Hees en F. van der Schans, 'Ecologische politiek en politieke ecologie', in D. Veerman en E. Gravesteijn (red.), Daarom zijn boeren boos (Prometheus, 2025), h. 5. ↩
- G.J. van den Born en E. van der Zanden, Restemissieopgave broeikasgassen landbouw en landgebruik, Planbureau voor de Leefomgeving (17 februari 2023), link. ↩
- Voorstel van wet van de leden Vedder, Grinwis en Bromet tot wijziging van de Tijdelijke wet Klimaatfonds, memorie van toelichting, Kamerstukken II 2024/25, 36 750, nr. 3 (2025), met verwijzing naar PBL, Klimaat- en Energieverkenning 2024, link. ↩
- Deens ministerie van Klimaat, Energie en Nutsvoorzieningen, 'The Danish government and parties in "green tripartite" agree on a ground breaking model for a carbon tax on food and agriculture production' (2 juli 2024), link. ↩
- Projectbureau Noordwaard, Toelichting Rijksinpassingsplan Ontpoldering Noordwaard (augustus 2010), link. ↩
- Minister en staatssecretaris van IenW, brief over 'water en bodem sturend', Kamerstukken II 2022/23, 27 625, nr. 592 (25 november 2022), link. ↩
- Omgevingsweb, 'Water en bodem: van "sturend" naar "rekening houden met"' (30 oktober 2024), link. ↩
- NOS, 'Nieuw dorp op laagst gelegen punt van Nederland gaat Cortelande heten' (12 oktober 2024), link. ↩
- Wikipedia, 'Holme Fen' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- Global Methane Pledge, 'About the Global Methane Pledge' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- Wageningen University & Research, 'Bluetongue in ruminants, updates' (geraadpleegd 2026), link.
Verder lezen
- Kennisportaal Klimaatadaptatie, kennisdossiers droogte en water en bodem sturend.
- Ministerie van LNV en IPO, Veenweideprogramma.
- Planbureau voor de Leefomgeving, Klimaat- en Energieverkenning (jaarlijks).