Landbouwcanon

In dit schilderij

  • De lange tafel in het veld: een gesprek dat iedereen raakt.
  • Het melkkrukje: de boer, met eeuwen ervaring.
  • De kantoorstoel: overheid en wetenschap.
  • De kinderstoel: de volgende generatie, voor wie de keuzes gemaakt worden.
  • De lege stoel naar de kijker gedraaid: er is ook plaats voor jou.
Toekomstvenster T1nuVooruitblikconcept

Wat nu? De open tafel

Een tafel met lege stoelen

Dit venster opent de Vooruitblik. Het vertelt geen gebeurtenis, maar zet alle open vragen op tafel. Alle lijnen van de Landbouwcanon komen hier samen: water, markt, overheid, bodem, dier, kennis, en het landschap met zijn planten en dieren. Nederland is een van de grootste landbouwexporteurs ter wereld, maar staat voor grote keuzes over biodiversiteit, klimaat, ruimte en het inkomen van boeren. Hoe die keuzes uitpakken, is nog open.

Dit venster opent de Vooruitblik. Het vertelt geen gebeurtenis, maar legt de open vragen op tafel. Alle lijnen van de Landbouwcanon komen hier samen: water, markt, overheid, bodem, dier, kennis, en het cultuurlandschap met zijn planten en dieren. Nederland is een van de grootste landbouwexporteurs ter wereld, maar staat voor ingrijpende keuzes over biodiversiteit, klimaat, ruimte en het inkomen van boeren. Over de richting bestaan uiteenlopende visies, en hoe de keuzes uitpakken, is nog open.

Binnen welke grenzen?

Eén ding ligt vast, hoe je ook over de toekomst denkt. Europese regels maken de grenzen voor milieu, water en beschermde gebieden juridisch bindend. De Nitraatrichtlijn beperkt hoeveel stikstof uit dierlijke mest op het land mag.1 De Habitatrichtlijn beschermt planten, dieren en hun leefgebieden in de gebieden van Natura 2000.2 De Kaderrichtlijn Water eist schone beken, sloten en grondwater, zie De Kaderrichtlijn Water.3 Ook hoeveel mest een bedrijf op eigen grond mag plaatsen, ligt in regels vast, zie Het mestprobleem en zure regen. Nederland heeft deze afspraken mee gemaakt, en rechters toetsen of ze worden nageleefd.

Elke toekomst voor de landbouw moet daarbinnen passen. De visies verschillen dus vooral in hoe dat kan, niet in of. Wel verschillen de meningen over hoe streng die grenzen moeten worden uitgelegd.

Waar verdient de boer zijn geld mee?

Sinds de De landbouwcrisis van de negentiende eeuw en het Europese beleid van Mansholt en het Europese landbouwbeleid luidt het antwoord vaak: groter worden en goedkoper produceren. Veel boeren werken met kleine marges en hoge schulden. Sommigen zien de toekomst in nog efficiëntere productie voor de wereldmarkt. Anderen kiezen voor minder dieren, hogere prijzen, verkoop aan huis of betaling voor natuur- en landschapsbeheer. Wie die betaling dan levert, de consument, de supermarkt of de overheid, is een open vraag.

Die wereldmarkt is niet nieuw. Al vanaf de late middeleeuwen haalde Holland graan uit het Oostzeegebied, zie De Hanze en de Oostzeehandel.4 In 2024 voerde Nederland voor bijna 130 miljard euro aan landbouwgoederen uit. Ruim een derde daarvan was wel wederuitvoer: goederen die uit het buitenland komen en weer worden doorgevoerd.5 Zie Wereldmarkt of zelfvoorziening?.

Hoeveel ruimte is er?

Nederland is klein en vol. Boeren delen het land met wonen, natuurgebieden, wegen, energie en water. Na de De PAS-uitspraak werd duidelijk dat niet alles overal kan. Met Klimaat: uitstoot, water en bodem kwam daar de vraag bij welke grond nog geschikt is voor welke landbouw. Sommigen willen minder vee, anderen betere techniek, zoals emissiearme stallen, of een andere verdeling van de ruimte.

In 2022 bracht Johan Remkes zijn advies Wat wel kan uit. Hij schrok van de 'oprechte wanhoop' die hij bij boeren zag. Het vertrouwen tussen boeren, natuurorganisaties en overheid was niet hersteld. Hij hield vast aan het doel om de stikstofuitstoot in 2030 te halveren, en wilde dat de grootste uitstoters bij beschermde gebieden snel zouden stoppen of verhuizen, liefst vrijwillig.6 Daarna probeerden kabinet, boeren en andere partijen een landbouwakkoord te sluiten.7 In 2023 stapte LTO uit het overleg. Volgens LTO stond er te weinig tegenover de opgaven voor boeren. Minister Adema noemde het vertrek 'buitengewoon teleurstellend'.8 Hoe het daarna verderging, staat in Polarisatie en de stikstofimpasse.

Elke generatie dacht dat de landbouw op een kruispunt stond. Deze keer gaat het niet om één vraag, maar om alle lijnen tegelijk.Een open venster

Wat betekent duurzaam?

Er zijn botsende visies op wat goede landbouw is. Voorstanders van kringlooplandbouw willen dat mest, voer en gewassen zoveel mogelijk in de buurt rondgaan, zoals vroeger met Plaggen en potstal. Zij wijzen op de mestproblemen en de import van veevoer, zie Het gat van Rotterdam. Ook fosfaat telt mee: het hoopt zich op in de bodem en komt uit erts dat eindig is. Biologische boeren zoeken al decennia een eigen weg, zie Voorschrift of doel?. Anderen zien de oplossing in precisielandbouw, robots, nieuwe rassen en kennis uit Wageningen en de voorlichting. Weer anderen zeggen: Nederlandse boeren produceren al efficiënter dan bijna wie ook, dus krimp hier betekent meer uitstoot elders.

Het buitenland laat zien hoe uiteenlopend de wegen zijn. Nieuw-Zeeland schafte vanaf 1984 vrijwel alle landbouwsubsidies af. De eerste jaren waren hard: de waarde van landbouwgrond halveerde. Daarna groeiden tuinbouw en bosbouw.9 Voorstanders zien daarin een voorbeeld, critici wijzen op de menselijke prijs. Denemarken koos in 2024 voor overleg. Regering, boeren, natuurbeschermers en andere partijen sloten samen een akkoord over klimaat en landgebruik, met een heffing op de uitstoot van vee.10

Wie neemt het stokje over?

Het aantal boerenbedrijven daalt al decennia, sinds De trekker en de boerenexodus. Veel oudere boeren hebben geen opvolger: in 2020 gold dat voor ruim de helft van de bedrijven met een bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder.11 Grond is duur en regels veranderen vaak, zie Duur land, smalle marges. Tegelijk staan er jonge boeren klaar met nieuwe ideeën.12 Of zij een kans krijgen, hangt af van keuzes die nu gemaakt worden.

En onder alles ligt de oudste vraag van deze canon: hoe zorgen we dat er genoeg te eten is? De Hongerwinter (zie Oorlog en wederopbouw) ligt ver achter ons, maar oorlog, klimaat en dierziektes laten zien dat voedselzekerheid niet vanzelf gaat.

Hoe praat je verder?

Waarom is het zo moeilijk om samen een richting te kiezen? Landbouweconoom Krijn Poppe, journalist Dick Veerman en Wouter van der Weijden noemen het in Daarom zijn boeren boos een wicked problem, een 'duivels probleem'. Elke oplossing roept ergens anders een nieuw probleem op. Volgens hen is er geen gebrek aan visies, maar aan een goed gesprek. Maak eerst de waarden achter de standpunten zichtbaar: wil je duurder voedsel en meer ruimte voor landschap, of goedkoop voedsel voor de export? Kies daarna wat voor sturing past: meer markt, meer overheid of meer ruimte voor burgers. En richt 'werkplaatsen' in, waar mensen echt naar elkaar luisteren. Denk aan een burgerpanel, een staatscommissie zoals die van 1886 (zie De landbouwcrisis) of een plattelandscommissaris.13

Niet iedereen kiest die weg. Chris Kalden, voorzitter van het mislukte overleg over een landbouwakkoord, gaf het kabinet een ander advies: maak zelf een korte visie op de toekomst van de landbouw en nodig dan gericht partijen uit om die in te vullen.14,15 In Brussel liet de Europese Commissie in 2024 een Strategische Dialoog over de landbouw voeren.16 Sommige deelnemers spraken volgens Poppe en zijn medeauteurs van 'therapie'.13 Of zo'n gesprek ook in Nederland tot een gedragen koers leidt, en wie daarna beslist, is zelf een van de open vragen op deze tafel.

Binnen welke grenzen?

Eén ding ligt vast, hoe je ook over de toekomst denkt: Europese regels maken de grenzen voor milieu, water en beschermde gebieden juridisch bindend. De Nitraatrichtlijn beperkt hoeveel stikstof uit dierlijke mest op het land mag.1 De Habitatrichtlijn beschermt planten, dieren en hun leefgebieden in de gebieden van Natura 2000.2 De Kaderrichtlijn Water eist dat beken, sloten en grondwater in goede staat komen, zie De Kaderrichtlijn Water.3 Ook hoeveel mest een bedrijf op eigen grond mag plaatsen, ligt in regels vast, zie Het mestprobleem en zure regen. Nederland heeft deze afspraken zelf mee gemaakt, en rechters toetsen of ze worden nageleefd.

Elke toekomst voor de landbouw moet daarbinnen passen. De visies in deze Vooruitblik verschillen dus vooral in hoe dat kan, niet in of. Wel lopen de meningen uiteen over hoe streng of hoe flexibel die grenzen moeten worden uitgelegd, en of Nederland in Brussel moet aandringen op aanpassing.

Waar verdient de boer zijn geld mee?

Sinds de De landbouwcrisis van de negentiende eeuw en het Europese beleid van Mansholt en het Europese landbouwbeleid luidt het antwoord vaak: groter worden en goedkoper produceren. Mansholt wilde dat de boeren van het Groningse platteland mee konden in de vaart der volkeren, en modernisering en schaalvergroting waren daarvoor zijn middelen. Die koers bracht welvaart en een hoge arbeidsproductiviteit, maar ook kleine marges en hoge schulden, zie Duur land, smalle marges.

Over de volgende stap bestaan grofweg twee denkrichtingen, met veel tussenvormen. De ene ziet de toekomst in nog efficiëntere productie voor de wereldmarkt, met hoogwaardige techniek. De andere kiest voor minder dieren per hectare, hogere prijzen, verkoop in de streek of betaling voor natuur- en landschapsbeheer. Dan blijft de vraag wie die betaling levert: de consument, de supermarkt of de overheid.

Die wereldmarkt is overigens niet nieuw. Al vanaf de late middeleeuwen haalde Holland graan uit het Oostzeegebied, zie De Hanze en de Oostzeehandel.4 In 2024 voerde Nederland voor bijna 130 miljard euro aan landbouwgoederen uit, al was ruim een derde daarvan wederuitvoer: goederen die uit het buitenland komen en weer worden doorgevoerd.5 Zie Wereldmarkt of zelfvoorziening?.

Hoeveel ruimte is er?

Nederland is klein en dichtbevolkt. Boeren delen het land met wonen, natuurgebieden, wegen, energie en waterberging. Na de De PAS-uitspraak werd duidelijk dat niet alles overal kan. Met Klimaat: uitstoot, water en bodem kwam daar de vraag bij welke grond nog geschikt is voor welke landbouw. Sommigen pleiten voor minder vee, vooral op de zandgronden waar de intensieve veehouderij sinds de jaren zestig sterk groeide. Anderen zetten in op techniek zoals emissiearme stallen, en weer anderen op een andere verdeling van de ruimte per gebied.

In 2022 bracht Johan Remkes zijn advies Wat wel kan uit. Hij schrok van de 'oprechte wanhoop' die hij bij boeren zag, en stelde vast dat het vertrouwen tussen boeren, natuurorganisaties en overheid niet was hersteld. Hij hield vast aan het doel om de stikstofuitstoot in 2030 te halveren, en wilde dat de grootste uitstoters bij beschermde gebieden snel zouden stoppen of verhuizen, bij voorkeur vrijwillig, met verplichting als stok achter de deur.6 Daarna probeerden kabinet, boeren, banken, supermarkten en natuurorganisaties een landbouwakkoord te sluiten.7 In 2023 stapte LTO uit het overleg. Over de oorzaak verschillen de lezingen. Volgens LTO bleef het 'steken in intenties'; minister Adema noemde het vertrek 'buitengewoon teleurstellend'.8 Hoe het daarna verderging, beschrijft Polarisatie en de stikstofimpasse.

Wat betekent duurzaam?

Over wat goede landbouw is, bestaan botsende visies. Voorstanders van kringlooplandbouw willen dat mest, voer en gewassen zoveel mogelijk in de buurt rondgaan, zoals vroeger met Plaggen en potstal. Zij wijzen op de mestproblemen en de import van veevoer, zie Het gat van Rotterdam. Hoeveel schade mest doet, hangt sterk af van bodem, gewas, tijdstip en techniek: op droge zandgrond spoelt veel meer uit dan op klei of veen, en grasland neemt meer op dan maïsland. Ook fosfaat telt mee: het hoopt zich op in de bodem, lekt jarenlang na naar het water, en komt uit fosfaaterts dat eindig is.

Biologische boeren zoeken al decennia een eigen weg, zie Voorschrift of doel?. Anderen zien de oplossing in precisielandbouw, robots, nieuwe rassen en kennis uit Wageningen en de voorlichting. Weer anderen zeggen: Nederlandse boeren produceren al efficiënter dan bijna wie ook, dus krimp hier kan de productie, en daarmee de uitstoot, naar elders verschuiven. Tegenstanders wijzen erop dat de lokale grenzen voor water, bodem en beschermde gebieden daarmee niet verdwijnen.

Het buitenland laat zien hoe uiteenlopend de wegen zijn. Nieuw-Zeeland schafte vanaf 1984 vrijwel alle landbouwsubsidies af. De eerste jaren waren hard: de reële waarde van landbouwgrond halveerde, de schapen- en rundveehouderij kromp, tuinbouw en bosbouw groeiden.9 Voorstanders zien een sector die zonder protectionisme concurrerend werd; critici wijzen op de menselijke prijs. Denemarken koos in 2024 voor overleg: regering, landbouw, natuurbeschermers en andere partijen sloten een akkoord over klimaat en landgebruik, met een heffing op de uitstoot van vee.10

Wie neemt het stokje over?

Het aantal boerenbedrijven daalt al decennia, sinds De trekker en de boerenexodus. Veel oudere boeren hebben geen opvolger: in 2020 gold dat voor ruim de helft van de bedrijven met een bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder, al verschilde dat sterk per sector.11 Grond is duur en regels veranderen vaak. Tegelijk staan er jonge boeren klaar met nieuwe ideeën.12 Of zij een kans krijgen, hangt af van keuzes over grond, financiering en regels die nu gemaakt worden.

En onder alles ligt de oudste vraag van deze canon: hoe zorgen we dat er genoeg te eten is? De Hongerwinter (zie Oorlog en wederopbouw) ligt ver achter ons, maar oorlog, klimaatverandering en dierziekten laten zien dat voedselzekerheid geen vanzelfsprekendheid is.

Een duivels probleem

Waarom is het zo moeilijk om samen een richting te kiezen? Landbouweconoom Krijn Poppe, journalist Dick Veerman en Wouter van der Weijden, oprichter van het Centrum voor Landbouw en Milieu, gebruiken in Daarom zijn boeren boos het begrip wicked problem, een 'duivels probleem'. Zo'n probleem is vaag gedefinieerd en verandert voortdurend van karakter, en elke oplossing veroorzaakt elders een waterbedeffect. Stikstof, water, klimaat, inkomen en ruimte grijpen in elkaar, en de bevoegdheden zijn verdeeld over Europa, Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten.13

Volgens de auteurs ontbreekt het daarom niet aan visies, maar aan een gezamenlijk proces. Maak eerst de onderliggende waarden expliciet: kies je voor duurder voedsel en meer ruimte voor landschap, of voor betaalbaar voedsel en een sterke exportpositie? Kies daarna het soort sturing: de verhouding tussen markt, overheid en burgerinitiatief. Richt ten slotte 'werkplaatsen' in, waar partijen echt naar elkaar luisteren, zonder het eens te hoeven worden, bijvoorbeeld een burgerpanel, een staatscommissie zoals die van 1886 (zie De landbouwcrisis) of een plattelandscommissaris. In het debat overheerst volgens hen eerder verwarring dan polarisatie, juist omdat die waarden impliciet blijven.13

Over de weg verschillen de meningen. Chris Kalden, de onafhankelijke voorzitter van het mislukte overleg over een landbouwakkoord, adviseerde het kabinet juist om zelf een beknopte visie te formuleren en daarna partijen gericht uit te nodigen om die in te vullen.14,15 In Brussel liet de Europese Commissie in 2024 een Strategische Dialoog over de toekomst van de landbouw voeren.16 Het proces had volgens Poppe en zijn medeauteurs het karakter van mediation; sommige deelnemers spraken zelfs van 'therapie'.13 Of zo'n gesprek ook in Nederland tot een gedragen koers leidt, en wie uiteindelijk beslist, is zelf een van de open vragen op deze tafel.

Wat het in gang zette

Vier perspectieven

De jonge boer

Jonge boeren willen een bedrijf dat ze kunnen betalen en dat over twintig jaar nog toekomst heeft. Wie een bedrijf overneemt, gaat vaak een schuld aan voor tientallen jaren. Regels die elke paar jaar veranderen, maken die stap zwaar. Ze vragen daarom vooral om duidelijkheid en een eerlijke prijs. Over de richting verschillen ze net zo sterk van mening als de rest van het land. De een wil groeien en investeren in techniek, de ander kiest voor minder dieren, verkoop in de buurt of natuurbeheer.

Planten en dieren

Ecologen wijzen erop dat de biodiversiteit in het agrarisch gebied sterk is achteruitgegaan, van weidevogels tot insecten. Voor hen is herstel geen keuze maar een voorwaarde, ook omdat Europese afspraken dat vragen. Ze zien ook kansen: boeren kunnen belangrijke natuurbeheerders zijn. Veel leefgebieden in Nederland, zoals heide en weidevogelgrasland, zijn immers door boeren gemaakt en hebben beheer nodig, zie Natuur is mensenwerk. Over de weg verschillen ook ecologen: sommigen willen meer ruimte voor wildernis, anderen vooral herstel van het oude boerenlandschap.

De overheid

Overheden moeten Europese afspraken over beschermde gebieden, water en klimaat nakomen en tegelijk zorgen voor voedsel, wonen en een leefbaar platteland. Daarbij gaat het om geld, om regels en om vertrouwen, dat de afgelopen jaren beschadigd is. Na het mislukte landbouwakkoord van 2023 zoekt de overheid opnieuw naar een aanpak die boeren, natuurorganisaties en rechters kan overtuigen. Rijk, provincies en waterschappen hebben daarbij elk een eigen rol, en die lopen niet altijd gelijk op. Sommigen pleiten voor nieuwe vormen van overleg, zoals een burgerpanel of een staatscommissie. Anderen vinden dat de overheid vooral zelf duidelijke keuzes moet maken.

De consument

Consumenten zeggen vaak dat ze duurzaam voedsel willen, maar kiezen in de winkel meestal op prijs. Sommigen kopen direct bij de boer of eten minder vlees. Supermarkten en zuivelbedrijven spelen een grote rol in wat er op het schap ligt, en dus in wat de boer verdient. Een groot deel van wat Nederlandse boeren maken, wordt bovendien in het buitenland gegeten. Hun inkomen hangt dus ook af van de wensen van consumenten in Duitsland, België of verder weg.

De jonge boer

Jonge boeren willen een bedrijf dat ze kunnen betalen en dat over twintig jaar nog toekomst heeft. Wie een bedrijf overneemt, gaat vaak een schuld aan voor tientallen jaren, en regels die elke paar jaar veranderen maken die stap zwaar. Ze vragen daarom vooral om duidelijkheid en een eerlijke prijs. Over de richting verschillen ze net zo sterk van mening als de rest van het land. De een wil groeien en investeren in techniek, de ander kiest voor minder dieren, verkoop in de buurt of natuurbeheer. Velen zoeken een mix die past bij hun eigen grond en streek.

Planten en dieren

Ecologen wijzen erop dat de biodiversiteit in het agrarisch gebied sterk is achteruitgegaan, van weidevogels tot insecten. Voor hen is herstel geen keuze maar een voorwaarde, ook omdat Europese afspraken dat vragen. Ze zien ook kansen: boeren kunnen belangrijke natuurbeheerders zijn. Veel leefgebieden in Nederland, zoals heide en weidevogelgrasland, zijn immers door boeren gemaakt en hebben beheer nodig, zie Natuur is mensenwerk. Over de weg verschillen ook ecologen: sommigen willen meer ruimte voor spontane ontwikkeling zonder ingrijpen, anderen vooral herstel van het oude boerenlandschap.

De overheid

Overheden moeten Europese afspraken over beschermde gebieden, water en klimaat nakomen en tegelijk zorgen voor voedsel, wonen en een leefbaar platteland. Daarbij gaat het om geld, om regels en om vertrouwen, dat de afgelopen jaren beschadigd is. Na het mislukte landbouwakkoord van 2023 zoekt de overheid opnieuw naar een aanpak die boeren, natuurorganisaties en rechters kan overtuigen. Rijk, provincies en waterschappen hebben daarbij elk een eigen rol, en die lopen niet altijd gelijk op. Sommigen pleiten voor nieuwe vormen van overleg, zoals een burgerpanel, een staatscommissie of een plattelandscommissaris; anderen vinden dat de overheid vooral zelf heldere keuzes moet maken en die moet volhouden. Ook tussen politieke partijen verschilt het beeld van wat nodig en wat haalbaar is sterk.

De consument

Consumenten zeggen vaak dat ze duurzaam voedsel willen, maar kiezen in de winkel meestal op prijs. Sommigen kopen direct bij de boer of eten minder vlees. Supermarkten en zuivelbedrijven bepalen in hoge mate wat er op het schap ligt, en dus ook wat de boer verdient. Een groot deel van wat Nederlandse boeren maken, wordt bovendien in het buitenland gegeten. Hun inkomen hangt dus ook af van de wensen van consumenten in Duitsland, België of verder weg.

Trivia
Om over te praten

Stel je voor dat je over dertig jaar door het Nederlandse platteland fietst. Wat zie je dan, wie werkt er, wat wordt er gemaakt en voor wie? En wat moet er vandaag gebeuren om daar te komen?

Bronnen
  1. Richtlijn 91/676/EEG van de Raad inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (12 december 1991), bijlage III, link. ↩
  2. Richtlijn 92/43/EEG van de Raad inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (1992), link. ↩
  3. Richtlijn 2000/60/EG tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (2000), art. 4, link. ↩
  4. J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture, 1500–2000 (Wageningen 2010), p. 44. ↩
  5. CBS, 'Waarde landbouwexport bijna 5 procent hoger in 2024' (2025), link. ↩
  6. NOS, 'Remkes: binnen een jaar 500 tot 600 grote uitstoters stikstof uitkopen' (5 oktober 2022), link. ↩
  7. NOS, 'Landbouwakkoord lag voor het grijpen, waarom ging het toch mis?' (2023), link. ↩
  8. NOS, 'LTO stapt uit overleg over landbouwakkoord' (21 juni 2023), link. ↩
  9. S. Stillman, Examining Changes in the Value of Rural Land in New Zealand between 1989 and 2003, Motu Working Paper 05-07 (2005), p. 2–3, link. ↩
  10. Deens ministerie van Klimaat, Energie en Nutsvoorzieningen, 'The Danish government and parties in "green tripartite" agree on a ground breaking model for a carbon tax on food and agriculture production' (2 juli 2024), link. ↩
  11. CBS, 'Geen bedrijfsopvolger voor meer dan 16 duizend boerderijen' (2021), link. ↩
  12. CBS, 'Aandeel jonge boeren neemt iets toe' (13 augustus 2025), link. ↩
  13. K. Poppe, D. Veerman en W. van der Weijden, 'Uit de duivelse crisis?', in D. Veerman en E. Gravesteijn (red.), Daarom zijn boeren boos (Prometheus, 2025), h. 10. ↩
  14. Minister van LNV, brief over het eindverslag van de onafhankelijke voorzitter van het Landbouwakkoord, Kamerstukken II 2022/23, 30 252, nr. 124 (5 juli 2023), link. ↩
  15. C. Kalden, aanbiedingsbrief bij het eindverslag van het traject Landbouwakkoord aan de oud-deelnemers van de hoofdtafel (5 juli 2023), link. ↩
  16. Europese Commissie, 'Strategic dialogue on the future of EU agriculture' (geraadpleegd 2026), link. ↩
  17. CBS, 'Feiten en cijfers over de landbouw' (2025), link. ↩
  18. Deutsche Forschungsgemeinschaft, 'Curriculum Vitae Prof. Dr. Peter Strohschneider' (geraadpleegd 2026), link. ↩

Verder lezen