In dit schilderij
- De veldspuit: gewasbescherming als verzekering van de oogst.
- Het aardappelveld: een gewas dat zonder bescherming kwetsbaar is voor ziekte.
- De honingbij in de akkerrand: bijen en het verbod op neonicotinoïden.
- Het meetpaaltje in de sloot: resten van middelen in het oppervlaktewater.
- Het huis met de schommel: omwonenden en hun zorgen over gezondheid.
Gewasbescherming onder vuur
Rond 2013 kwam de chemische gewasbescherming onder vuur. Bijensterfte, glyfosaat, resten in sloten en drinkwaterbronnen, en zorgen van omwonenden maakten van spuiten een maatschappelijk debat. Voor boeren zijn middelen een verzekering voor een betrouwbare oogst. Voor critici zijn ze een risico voor insecten, waterleven en gezondheid. Steeds meer middelen verdwenen van de markt, en de vraag werd: hoe teel je met minder?
Rond 2013 kwam de chemische gewasbescherming onder vuur. Bijensterfte, glyfosaat, resten in sloten en drinkwaterbronnen, en zorgen van omwonenden maakten van spuiten een breed maatschappelijk debat. Voor boeren zijn middelen een verzekering voor een betrouwbare oogst. Voor critici zijn ze een risico voor insecten, waterleven en gezondheid. Steeds meer middelen verdwenen van de markt, en de vraag werd: hoe teel je met minder, zonder de oogst op het spel te zetten?
Een verzekering voor de oogst
Aardappelen, uien, bloembollen en fruit worden belaagd door schimmels, insecten en onkruid. Eén natte zomer met phytophthora, dezelfde ziekte die in de jaren 1840 honger bracht, kan een hele aardappeloogst kosten. Zie Aardappelziekte en honger. In de gangbare teelt spuiten boeren daar nog altijd twaalf tot vijftien keer per seizoen tegen.1
Na de Tweede Wereldoorlog hielpen chemische middelen boeren om zulke risico's te beheersen en hogere opbrengsten te halen.2 De voorlichting adviseerde ze, en de overheid liet ze toe. Spuiten volgens schema hoorde lange tijd gewoon bij goed boeren.
Toelating en eerste grenzen
Een eerste wet uit 1947 ging vooral over de kwaliteit van de middelen. Eind jaren vijftig groeide het besef dat middelen ook schade konden doen aan mens en milieu. Met de Bestrijdingsmiddelenwet van 1962 mocht een middel pas op de markt na toelating, met een toets op de risico's voor de volksgezondheid. In 1975 kwam daar het milieu bij.3 Daaruit groeide het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb).2 De werkzame stoffen zelf worden sinds 1991 in Europees verband goedgekeurd.4 Begin jaren zeventig werden DDT en verwante middelen in Nederland verboden.5,6
Toch was Nederland midden jaren tachtig een van de grootste gebruikers van bestrijdingsmiddelen. Een groot deel daarvan waren middelen om de grond te ontsmetten. Toen drinkwaterbedrijven die in het grondwater vonden, werd de verplichte grondontsmetting geschrapt, en het gebruik van deze middelen daalde sterk.7 Vanaf 1991 wilde de overheid met het Meerjarenplan Gewasbescherming de afhankelijkheid van chemie verminderen.5
Bijen en insecten
Vanaf eind jaren 2000 maakten imkers zich zorgen over hoge wintersterfte onder honingbijen. Onderzoekers wezen op de varroamijt, maar ook op neonicotinoïden: insecticiden die door de hele plant trekken, ook naar stuifmeel en nectar. De Europese Unie beperkte deze stoffen in 2013 en verbood ze in 2018 buiten vaste kassen.8 Hoe groot hun aandeel in de bijensterfte was, blijft omstreden.
In 2017 lieten onderzoekers van de Radboud Universiteit en uit het Duitse Krefeld zien dat de massa vliegende insecten in Duitse natuurgebieden in 27 jaar met ruim driekwart was gedaald. Ze noemden de intensieve landbouw rondom de gebieden, met onder meer middelen, een mogelijke oorzaak, maar konden dat niet aantonen.9
Glyfosaat
Glyfosaat is een van de meest gebruikte onkruidbestrijders. In 2015 noemde het kankeronderzoeksbureau van de Wereldgezondheidsorganisatie de stof 'waarschijnlijk kankerverwekkend'.10 Europese agentschappen kwamen tot een ander oordeel, en na felle debatten verlengde de EU de goedkeuring, in 2023 met tien jaar.11
Glyfosaat werd het symbool van het hele debat, ook omdat een doodgespoten perceel zo zichtbaar bruin kleurt. Alternatieven als ploegen, schoffelen of branden kosten meer brandstof en tijd, en kunnen de bodem verstoren. Volgens Wageningen is glyfosaat in veel teelten niet nodig, maar werken alternatieven niet overal even goed.12 Critici vinden dat er meer vakmanschap en onderzoek naar alternatieven nodig is.
Water en buren
Ook in sloten en beken worden middelen gemeten, soms boven de norm. Drinkwaterbedrijven vinden ze bij vrijwel alle innamepunten van oppervlaktewater, en moeten extra zuiveren.13 Dat kan ook gebeuren als een boer zich aan alle regels houdt. Het Ctgb toetst een middel aan eigen normen, en die zijn soms minder streng dan de normen voor waterkwaliteit uit de De Kaderrichtlijn Water. Het RIVM adviseerde in 2019 om die beter op elkaar af te stemmen.14 Niet alles komt bovendien van het land: ook vlooien- en tekenmiddelen voor huisdieren komen via riool en zwemmende honden in het water.15
Omwonenden van bollen- en fruitvelden vroegen zich af wat ze inademden. De Gezondheidsraad adviseerde in 2020 de blootstelling uit voorzorg zo laag mogelijk te houden.16 Het RIVM concludeerde in 2021 dat onderzoek een plausibel verband laat zien met de ziekte van Parkinson, en dat de toelatingseisen te weinig informatie geven om zo'n effect te beoordelen.17
Minder middelen, en dan?
In 2013 wilde het kabinet de overschrijdingen van de waternormen in tien jaar met 90 procent verminderen. Dat doel werd niet gehaald, en sinds 2018 komt de daling nauwelijks verder.18 Ook Europa wilde het gebruik en het risico van middelen in 2030 halveren, maar het Europees Parlement wees dat voorstel in 2023 af, en de Commissie trok het in.19 Volgens de CLM-auteurs gebeurde dat onder druk van boerenprotesten en belangenorganisaties.20 Zie Polarisatie en de stikstofimpasse.
Het kabinet wil naar weerbare planten en teeltsystemen, waarin middelen zo veel mogelijk overbodig worden.21 Ondertussen verdwijnen er middelen, terwijl alternatieven traag komen. Boeren vrezen resistentie, mislukte oogsten en een achterstand op collega's in het buitenland. Veredelaars werken aan aardappelrassen die zelf bestand zijn tegen phytophthora.1 Maar de ziekte past zich aan: in 2023 werden ook veel resistente rassen aangetast.22
Een verzekering voor de oogst
Aardappelen, uien, bloembollen en fruit worden belaagd door schimmels, insecten en onkruid. Eén natte zomer met phytophthora, dezelfde ziekte die in de jaren 1840 honger bracht, kan een hele aardappeloogst kosten. Zie Aardappelziekte en honger. In de gangbare teelt spuiten boeren daar nog altijd twaalf tot vijftien keer per seizoen tegen.1 Midden jaren tachtig ging twee derde van alle schimmelbestrijders in Nederland naar de aardappelteelt.25
Na de Tweede Wereldoorlog hielpen chemische middelen boeren om zulke risico's te beheersen en hogere opbrengsten te halen.2 Ze pasten in de bredere modernisering, waarin machines en chemie veel handwerk overnamen. De voorlichting adviseerde de middelen, en de overheid liet ze toe. Spuiten volgens schema hoorde lange tijd gewoon bij goed boeren.
Toelating en eerste grenzen
De eerste wet, uit 1947, was in de eerste plaats een kwaliteitswet: boeren moesten erop kunnen vertrouwen dat wat ze kochten deugde. Eind jaren vijftig groeide het besef dat middelen ook schade konden doen aan mens en milieu. Met de Bestrijdingsmiddelenwet van 1962 mocht een middel pas op de markt na toelating, met een toets op de risico's voor de volksgezondheid. In 1975 kreeg ook het milieu een plaats in de toelating, al ontbraken voor veel stoffen nog lang de gegevens om dat goed te doen.3 Uit dat stelsel groeide het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb).2 De werkzame stoffen zelf worden sinds een Europese richtlijn van 1991 in Europees verband goedgekeurd.4 Het boek Silent Spring van Rachel Carson uit 1962 bracht het debat over landbouw en milieu bij het grote publiek.24 Begin jaren zeventig werden DDT en verwante middelen in Nederland verboden; Bieleman noemt 1972, historicus Kristian Mennen 1973.5,6
Toch was Nederland midden jaren tachtig, zoals Bieleman het noemt, paradoxaal genoeg een van de grootste gebruikers van bestrijdingsmiddelen. Een groot deel kwam uit de grondontsmetting tegen aardappelmoeheid, een plaag van kleine aaltjes in de bodem. Toen de middelen goedkoper werden, ging ontsmetten meer lonen dan veredelen, en omdat de export van pootgoed op het spel stond, gingen boeren uit voorzorg ontsmetten. Toen drinkwaterbedrijven de middelen in het grondwater vonden, werd de verplichte grondontsmetting geschrapt en kwamen er resistente rassen. Het gebruik van grondontsmettingsmiddelen daalde tussen 1986 en 2000 met bijna 90 procent.7 Vanaf 1991 moest het Meerjarenplan Gewasbescherming de structurele afhankelijkheid van chemie verminderen.5
Bijen en insecten
Vanaf eind jaren 2000 maakten imkers zich zorgen over een hoge wintersterfte onder honingbijen. Onderzoekers wezen op de varroamijt, een parasiet van de bij, maar ook op neonicotinoïden: insecticiden die door de hele plant trekken, ook naar stuifmeel en nectar. In 2013 beperkte de Europese Unie het gebruik van drie van deze stoffen; in 2018 volgde een verbod op al het gebruik buiten vaste kassen.8 Hoe groot hun aandeel in de bijensterfte was, blijft onder onderzoekers omstreden.
De zorg ging al snel verder dan de honingbij. In 2017 publiceerden onderzoekers van de Radboud Universiteit en entomologen uit het Duitse Krefeld metingen uit 63 beschermde gebieden in Duitsland. De massa vliegende insecten was daar in 27 jaar met ruim driekwart gedaald, en weer of beheer verklaarden dat niet. De onderzoekers noemden de intensieve landbouw rondom de gebieden, met onder meer middelen, als mogelijke oorzaak, maar konden die niet aantonen.9
Glyfosaat als symbool
Glyfosaat is een van de meest gebruikte onkruidbestrijders; Monsanto bracht het in de jaren zeventig op de markt als Roundup.26 In 2015 noemde het kankeronderzoeksbureau van de Wereldgezondheidsorganisatie de stof 'waarschijnlijk kankerverwekkend'.10 Europese agentschappen kwamen tot een ander oordeel. Na felle debatten verlengde de EU de goedkeuring in 2017 met vijf jaar27, en in 2023 met tien jaar, met extra voorwaarden.11
Glyfosaat werd het symbool van het hele debat, ook omdat een doodgespoten perceel zo zichtbaar bruin kleurt. De alternatieven hebben elk hun nadelen. Ploegen, schoffelen of branden kost meer brandstof en tijd, en kan de bodemstructuur verstoren of de grond kaal laten. Vooral bij kweekgras en bij niet-kerende grondbewerking, waarbij boeren niet ploegen om het bodemleven te sparen, zijn er weinig goede alternatieven. Volgens Wageningen is glyfosaat in veel teelten niet nodig, maar werken alternatieven niet overal even goed.12 Critici vinden dat er meer vakmanschap en onderzoek naar alternatieven nodig is.
Water en buren
Ook in sloten en beken worden middelen gemeten, soms boven de norm. Drinkwaterbedrijven vinden ze bij vrijwel alle innamepunten van oppervlaktewater en moeten extra zuiveren.13 Een deel van de verklaring ligt in het stelsel zelf. Het Ctgb toetst een middel aan eigen toelatingscriteria, en die zijn soms ruimer dan de waterkwaliteitsnormen onder de De Kaderrichtlijn Water. Een teler die een toegelaten middel volgens het etiket gebruikt, kan zo toch bijdragen aan een normoverschrijding in de sloot. Het RIVM adviseerde in 2019 om beide normen beter op elkaar af te stemmen.14 Volgens Wouter van der Weijden en zijn medeauteurs van het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) kaartten waterschappen dit herhaaldelijk aan in Brussel, maar de Commissie ziet het als een keuze van de lidstaten.20 Niet alles komt bovendien van het land: vlooien- en tekenmiddelen voor huisdieren komen via riool en zwemmende honden in het water, en niet altijd is te zeggen waar een meting vandaan komt.15
Omwonenden van bollen- en fruitvelden vroegen zich af wat ze inademden. De Gezondheidsraad adviseerde in 2020 de blootstelling uit voorzorg zo laag mogelijk te houden; in Nederland vond de raad geen duidelijke aanwijzingen voor gezondheidsschade, in omringende landen wel.16 Het RIVM concludeerde in 2021 dat onderzoek een plausibel verband laat zien met de ziekte van Parkinson, en dat de toelatingseisen te weinig informatie geven om zo'n effect te beoordelen.17 Daarmee kwam ook het toelatingsstelsel zelf ter discussie te staan.
Minder middelen, en dan?
In 2013 wilde het kabinet de overschrijdingen van de waternormen in tien jaar met 90 procent verminderen. Dat doel werd niet gehaald: afhankelijk van de norm daalden de overschrijdingen met ongeveer 45 tot 65 procent, en sinds 2018 stagneert de daling.18 Op Europees niveau liep een vergelijkbare poging vast. De Europese Commissie stelde in 2022 voor om het gebruik en het risico van chemische middelen in 2030 te halveren. Het Europees Parlement verwierp het voorstel in november 2023, en de Commissie trok het in.19 Volgens de CLM-auteurs gebeurde dat onder druk van boerenprotesten en belangenbehartigers.20 Zie Polarisatie en de stikstofimpasse.
Het kabinet wil naar weerbare planten en teeltsystemen, waarin middelen zo veel mogelijk overbodig worden.21 Ondertussen verdwijnen er middelen, terwijl alternatieven traag komen. Boeren vrezen resistentie, mislukte oogsten en een achterstand op collega's in het buitenland. Veredelaars werken aan aardappelrassen die zelf bestand zijn tegen phytophthora.1 Maar de ziekte past zich aan: in 2023 was een variant uit Denemarken ongevoelig geworden voor veelgebruikte middelen, en werden veel resistente rassen toch aangetast.22 Wie met minder middelen wil telen, heeft rassen, kennis, techniek én een vangnet nodig.
- Het aantal toegelaten werkzame stoffen neemt af. Voor sommige teelten zijn weinig middelen meer over, wat de kans op resistentie vergroot.22
- Geïntegreerde gewasbescherming, met weerbare rassen, bloeiende akkerranden, natuurlijke vijanden en precisietechniek, krijgt meer aandacht.21
- De overheid laat verder onderzoek doen naar de gezondheid van omwonenden en naar de relatie met Parkinson.16,17
- Drinkwaterbedrijven en waterschappen vragen om strengere regels bij innamepunten. Boeren wijzen op driftarme spuitdoppen en bufferstroken die al veel uitstoot voorkomen.
- Zie ook Natura 2000, De Kaderrichtlijn Water, Van controle naar veerkracht, Voorschrift of doel? en Tovenaars of profeten?.
Vier perspectieven
De boer
Boeren zien middelen als noodzakelijk voor een betrouwbare oogst en een eerlijke prijs. Ze gebruiken alleen wat is toegelaten, en de toelating is streng. Veel boeren werken al met driftarme doppen, waarschuwingssystemen voor ziekte en resistente rassen. Als middelen verdwijnen zonder goed alternatief, voelt dat als een speelveld dat oneerlijk wordt ten opzichte van het buitenland. Eén mislukte oogst kan een bedrijf in de problemen brengen.
Insecten en akkervogels
Ecologen wijzen erop dat insecten en akkervogels sterk zijn achteruitgegaan, en dat middelen daarin een rol spelen naast andere oorzaken, zoals het verdwijnen van akkerranden, bloemrijke graslanden en ruigtes. Ook in sloten en beschermde gebieden worden resten gevonden. Voor hen is minder spuiten een voorwaarde voor herstel. Velen zien kansen in samenwerking, zoals bloeiende randen die ook natuurlijke vijanden van plagen huisvesten.
De omwonende
Wie naast een bollenveld of boomgaard woont, ziet de spuit voorbijkomen en vraagt zich af wat dat betekent voor de kinderen. Onderzoek geeft nog geen eenduidig antwoord. Die onzekerheid zelf is voor veel omwonenden een bron van zorg. Sommigen vragen om spuitvrije zones of om vooraf te horen wanneer er gespoten wordt.
De overheid
De overheid moet voedselproductie, gezondheid en het leven in sloten en akkerranden tegelijk beschermen. Ze leunt op Europese regels en op het oordeel van het Ctgb, maar wordt ook gevraagd om voorzorg. Ondertussen wil ze boeren een weg bieden naar teelt met minder middelen, zonder dat de oogst in gevaar komt. Ze financiert daarom onderzoek naar weerbare rassen en groene middelen, en wil die sneller laten toelaten.
De boer
Boeren zien middelen als noodzakelijk voor een betrouwbare oogst en een eerlijke prijs. Ze gebruiken alleen wat is toegelaten, en de toelating is streng. Veel boeren werken al met driftarme spuitdoppen, waarschuwingssystemen voor ziekte en resistente rassen. Als middelen verdwijnen zonder goed alternatief, voelt dat als een speelveld dat oneerlijk wordt ten opzichte van collega's in het buitenland. Eén mislukte oogst kan een bedrijf in de problemen brengen.
Insecten en akkervogels
Ecologen wijzen erop dat insecten en akkervogels sterk zijn achteruitgegaan, en dat middelen daarin een rol spelen naast andere oorzaken, zoals het verdwijnen van akkerranden, bloemrijke graslanden en ruigtes. Die leefgebieden waren zelf ooit door boerenwerk ontstaan. Ook in sloten en beschermde gebieden worden resten gevonden. Voor hen is minder spuiten een voorwaarde voor herstel. Velen zien kansen in samenwerking, zoals bloeiende randen die ook natuurlijke vijanden van plagen huisvesten.
De omwonende
Wie naast een bollenveld of boomgaard woont, ziet de spuit voorbijkomen en vraagt zich af wat dat betekent voor de kinderen. Onderzoek geeft nog geen eenduidig antwoord. Die onzekerheid zelf is voor veel omwonenden een bron van zorg. Sommigen vragen om spuitvrije zones of willen vooraf horen wanneer er gespoten wordt. Anderen wonen er juist bewust, tussen de bollenvelden en boomgaarden die het landschap van hun streek bepalen, en zoeken vooral een goed gesprek met de teler naast de deur.
De overheid
De overheid moet voedselproductie, gezondheid en het leven in sloten en akkerranden tegelijk beschermen. Ze leunt op Europese regels en op het oordeel van het Ctgb, maar wordt ook gevraagd om voorzorg. Ondertussen wil ze boeren een weg bieden naar teelt met minder middelen, zonder dat de oogst in gevaar komt. Daarom financiert ze onderzoek naar weerbare rassen en groene middelen, en wil ze die sneller toelaten. Daarbij moet ze uitleggen waarom een middel dat volgens de toelating veilig is, toch beter minder gebruikt kan worden: een spanning die het vertrouwen van boeren en burgers op de proef stelt.
- De naam Phytophthora komt van de Griekse woorden voor 'plant' en 'verderf'. De Duitse onderzoeker Anton de Bary gaf de ziekteverwekker in 1876 die naam.23
- De Bestrijdingsmiddelenwet kwam in 1962, hetzelfde jaar waarin Rachel Carson in de Verenigde Staten Silent Spring publiceerde. Dat boek bracht het debat over landbouw en milieu bij het grote publiek.24
- Phytophthora is geen echte schimmel. Het is een zogenoemde waterschimmel of oömyceet, die meer verwant is aan algen.23
- Bij het Duitse insectenonderzoek uit 2017 werden de insecten gevangen in tentvormige vallen, de Malaise-vallen. Die werden gemiddeld om de elf dagen geleegd, en de vangst ging in alcohol.9
Wanneer is een middel veilig genoeg: als er geen bewijs is van schade, of pas als er bewijs is dat het onschadelijk is?
- Wageningen University & Research, factsheet Phytophthora infestans in aardappel, Actieplan Plantgezondheid BO Akkerbouw (geraadpleegd 2026), link. ↩
- Ctgb, 'History in brief' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- J.A. van Haasteren, 'De Bestrijdingsmiddelenwet en de waterverontreiniging', H2O 21 (1988) nr. 25, link. ↩
- Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, link. ↩
- J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture, 1500–2000 (Wageningen 2010), p. 251. ↩
- K. Mennen, 'Incidenten, onderzoek en onbewezen vermoedens. Waarom de politiek pas zo laat actie ondernam tegen chemische bestrijdingsmiddelen', Over de muur (15 september 2021), link. ↩
- J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture, 1500–2000 (Wageningen 2010), p. 267. ↩
- Europese Commissie, 'Neonicotinoids' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- C.A. Hallmann e.a., 'More than 75 percent decline over 27 years in total flying insect biomass in protected areas', PLOS ONE 12 (2017), e0185809, link. ↩
- IARC, 'Media Centre: IARC News – Glyphosate' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- Europese Commissie, 'Glyphosate' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- T. Sprangers, J.H. Jager, H.A. van Schooten en J. de Hoog, Gebruik van glyfosaat in de Nederlandse land- en tuinbouw en inventarisatie van alternatieven voor glyfosaattoepassingen, Wageningen Research, rapport WPR-OT-1118 (2024), samenvatting, link. ↩
- KWR, De tijd dringt. Bestrijdingsmiddelen nog steeds bedreiging voor kwaliteit drinkwaterbronnen, factsheet 4 (september 2024), link. ↩
- RIVM, 'Waternormen voor gewasbeschermingsmiddelen nog te vaak overschreden' (21 juni 2019), link. ↩
- M. Montforts e.a. (RIVM, Deltares en CLM), Emissies van vlooienmiddelen voor huisdieren naar oppervlaktewater, STOWA Deltafact (september 2021), link. ↩
- Ministers voor Medische Zorg en van LNV, brief over het advies van de Gezondheidsraad 'Gewasbescherming en omwonenden', Kamerstukken II 2019/20, 27 858, nr. 512 (30 juni 2020), link. ↩
- Minister van LNV, brief over het RIVM-rapport over neurodegeneratieve ziekten en de toelating van gewasbeschermingsmiddelen, Kamerstukken II 2021/22, 27 858, nr. 555 (18 november 2021), link. ↩
- Compendium voor de Leefomgeving, 'Gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater' (indicator 0547, versie december 2025), link. ↩
- Europees Parlement, Legislative Train, 'Sustainable use of pesticides – revision of the EU rules' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- W. van der Weijden, P. van Bodegom, E. Hees en F. van der Schans, 'Ecologische politiek en politieke ecologie', in D. Veerman en E. Gravesteijn (red.), Daarom zijn boeren boos (Prometheus, 2025), h. 5. ↩
- Minister van LNV, brief over de Toekomstvisie gewasbescherming 2030, Kamerstukken II 2018/19, 27 858, nr. 449 (16 april 2019), link. ↩
- G. Kessel, G. Pinxterhuis, M. Ermers en E. Bouma, 'Problemen met beheersing van dé Aardappelziekte', Gewasbescherming (2024), link. ↩
- Wikipedia, 'Phytophthora infestans' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture, 1500–2000 (Wageningen 2010), p. 250. ↩
- J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture, 1500–2000 (Wageningen 2010), p. 267–268.
- Wikipedia, 'Glyfosaat' (geraadpleegd 2026), link.
- Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2324 van de Commissie van 12 december 2017 tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof glyfosaat, link.