Landbouwcanon

In dit schilderij

  • De schapen op de heide: heide bestaat dankzij begrazing en plaggen.
  • Het hooiland met de maaier: bloemrijk door laat maaien, zonder mest.
  • De grutto op het natte weiland: weidevogels hebben laat gemaaid, nat grasland nodig.
  • De knotwilgen en het hakhout: hout dat steeds werd teruggezet.
  • De boer en de boswachter bij het hek: wie beheert heide, hooiland en weiland straks?
Toekomstvenster T3morgenVooruitblikconcept

Natuur is mensenwerk

Wie beheert het landschap van morgen?

Wie in Nederland door een beschermd gebied wandelt, loopt meestal door een landschap dat boeren hebben gemaakt. Paarse heide, bloemrijke hooilanden en weilanden vol weidevogels zijn ontstaan door eeuwen landbouw. Ze blijven alleen bestaan als iemand ze blijft beheren. Maar wie doet dat straks, nu de landbouw zo sterk verandert? En wie betaalt het?

Wie in Nederland door een beschermd gebied wandelt, loopt meestal door een landschap dat boeren hebben gemaakt. Paarse heide, bloemrijke hooilanden en weilanden vol weidevogels zijn ontstaan door eeuwen landbouw, en ze blijven alleen bestaan als iemand ze blijft beheren. Nu de landbouw verder intensiveert of juist terugtreedt, wordt de vraag dringender: wie beheert dit cultuurlandschap straks, welk landschap krijgt voorrang, en wie betaalt ervoor?

Welke natuur bedoelen we?

In discussies over landbouw betekent het woord "natuur" heel verschillende dingen. Daardoor praten mensen vaak langs elkaar heen. Het helpt om vier soorten te onderscheiden.

Wildernis is een landschap dat zijn eigen gang gaat, los van wat mensen willen. In Nederland is die er nauwelijks. Een natuurlijk landschap wordt vooral gevormd door wind, water, zand en dieren. Denk aan kwelders en duinen langs de kust. Halfnatuur is ontstaan door eeuwen landbouw en blijft alleen bestaan met beheer: heide, blauwgrasland, hooiland en weidevogelgebied. Wensnatuur zijn de planten en dieren die we op een plek willen houden of terugkrijgen. Die staan vaak in beleidsdoelen.

Niet iedereen kijkt op dezelfde manier. Sommigen vinden alleen wildernis echte natuur. Veel natuurbeheerders noemen beheerde heide gewoon natuur. Voor anderen telt vooral welke soorten er leven. Deze canon gebruikt daarom liever concrete woorden.

Gemaakt door boeren

De paarse heide op de zandgronden is geen oerbos. Ze ontstond doordat boeren eeuwenlang schapen lieten grazen en plaggen staken voor hun potstal. Zie Plaggen en potstal. In 1833 was ongeveer een vijfde van Nederland bedekt met heide, zo'n 600.000 hectare. In 1990 was daar nog 36.000 hectare van over. De meeste heide werd ontgonnen tot akker, wei of bos.1

Blauwgraslanden zijn soortenrijke hooilanden op natte, schrale grond. Boeren maaiden ze eeuwenlang één keer per jaar, in de nazomer, en voerden het hooi af. Ze blijven alleen bestaan als dat maaien doorgaat.2 Ook de grutto en andere weidevogels profiteerden van de landbouw: van natte graslanden die pas laat in het voorjaar werden gemaaid. En knotwilgen werden steeds teruggezet, omdat boeren het hout nodig hadden.

Zonder schapen en plaggen groeit heide dicht met gras en bomen. Zonder maaien verruigt een hooiland. Wie het landschap aan zichzelf overlaat, krijgt dus iets anders dan wat er nu ligt.

Dat deze landschappen zo arm zijn, is ook mensenwerk. Volgens landbouwkundige en historicus André Hoogendijk voerden boeren eeuwenlang stikstof en fosfaat af van heide en schraal grasland: via schapen, plaggen en hooi. Zo ontstonden schrale gronden met planten die met weinig voedingsstoffen toekunnen. Daarin ziet hij een verklaring voor de stikstofgevoeligheid van veel beschermde gebieden van nu.3 Ecologen bevestigen dat de planten van droge heide alleen goed groeien op zeer voedselarme grond, en daardoor gevoelig zijn voor vermesting.4

Meer productie, minder weidevogels

Na de oorlog stuurden overheid, onderzoek en voorlichting op een hogere productie, zie Ruilverkaveling en Wageningen en de voorlichting.5 Het grondwater ging omlaag, er kwam meer mest op het land, en grasland werd ingezaaid met snelgroeiend raaigras. Zo konden boeren eerder en vaker maaien. Dat leverde meer op, maar weidevogels en bloemen verdwenen. In de jaren zestig broedden er in Nederland zo'n 120.000 paar grutto's, rond 2016 nog ongeveer 33.000.6

In 1975 erkende de overheid in de De Relatienota dat ook landschap, planten en dieren een plek moesten krijgen op het platteland.7 Vanaf 1990 kwam er een netwerk van beschermde gebieden, nu Natuurnetwerk Nederland. Daarvoor was nieuwe grond nodig, deels voormalige landbouwgrond.8 Voor boeren in de buurt betekende dat soms dat ze grond verkochten, of dat het water op hun land hoger kwam te staan. Toen het eiland Tiengemeten werd ontpolderd, keken veel boeren daar met ongeloof naar. Land dat generaties hard hadden bewerkt, werd opgegeven.9

Van de zo'n 600.000 hectare heide in 1833 was in 1990 nog 36.000 hectare over.1 Ook die blijft alleen paars als er iemand maait, plagt of schapen laat grazen.Heide die beheer nodig heeft

Wie beheert straks?

Sinds de De Relatienota krijgen boeren een vergoeding voor natuurbeheer op hun land. Vanaf 1992 richtten boeren ook zelf milieucoöperaties op, eerst in de Friese Wouden. Voor sommige boeren werd natuurbeheer een flinke bron van extra inkomen.10 Nu loopt dat beheer via agrarische collectieven. Duizenden boeren doen mee.11 Daarnaast beheren Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de provinciale landschappen veel beschermde gebieden, vaak met hulp van boeren en schaapherders. Natuurinclusieve landbouw gaat een stap verder: zorg voor planten, dieren, bodem en water als deel van het boerenbedrijf zelf.

Met sommige wilde dieren gaat het juist heel goed, en dat geeft nieuwe spanning. Het aantal ganzen is sterk gegroeid. Boeren, vooral melkveehouders, lijden schade.12 De provincies betalen daarvoor tientallen miljoenen euro per jaar aan tegemoetkoming.13 Volgens Wouter van der Weijden en zijn medeauteurs neemt dat niet alle schade en ergernis weg.12 Sinds 2015 is ook de wolf terug.14 Hij eet vooral reeën en herten, maar soms ook schapen, runderen of pony's. Schade wordt alleen vergoed als veehouders hun dieren beschermen, bijvoorbeeld met rasters. Die kosten geld en werk, en helpen niet altijd.12 Sinds 2025 is de wolf in Europa minder streng beschermd, zodat er meer kan worden ingegrepen.15

Wildernis of cultuurlandschap?

Welk soort landschap moet voorrang krijgen? Sommigen willen meer wildernis, waar grote grazers en natuurlijke processen hun gang gaan. In de Oostvaardersplassen leidde dat in de winter van 2017-2018 tot felle discussie, toen duizenden grote grazers stierven of werden afgeschoten.16 Anderen willen juist het oude cultuurlandschap behouden, met zijn heide, hooilanden en weidevogels. Ook de Europese afspraken van Natura 2000 beschermen veel van zulke halfnatuurlijke landschappen.

In Engeland koos het landgoed Knepp voor een derde weg. Eigenaar Charlie Burrell kon zijn bedrijf op de zware klei niet rendabel maken. In 2000 verkocht hij de melkkoeien en de machines. Later liet hij er koeien, pony's, varkens en herten vrij rondlopen.17 Nu leeft het landgoed van subsidie, toerisme en de verkoop van vlees.18 Voorstanders zien er een model in, critici wijzen erop dat zo'n landgoed veel minder voedsel produceert dan een gewoon boerenbedrijf.

Welke natuur bedoelen we?

In discussies over landbouw krijgt het woord "natuur" heel verschillende betekenissen. Daardoor praten boeren, beheerders, ecologen en beleidsmakers vaak langs elkaar heen. Het helpt om vier soorten te onderscheiden.

Wildernis is een landschap dat zijn eigen gang gaat, los van wat mensen willen. In Nederland is die er nauwelijks. Een natuurlijk landschap wordt vooral gevormd door wind, water, zand en dieren: kwelders en duinen langs de kust, of delen van de Oostvaardersplassen. Halfnatuur is ontstaan door eeuwen landbouwkundig gebruik en blijft alleen bestaan met beheer: heide, blauwgrasland, hooiland en weidevogelgebied. Wensnatuur ten slotte zijn de planten en dieren die we op een bepaalde plek willen houden of terugkrijgen. Die staan vaak als doelsoorten in beleidsplannen.

Achter die woorden zitten verschillende opvattingen. Sommigen vinden alleen wildernis echt waardevol, omdat daar processen zonder menselijke sturing verlopen. Veel beheerders zien beheerde heide gewoon als een volwaardig leefgebied. Voor anderen telt vooral welke soorten er leven, ongeacht hoe het landschap is ontstaan. Geen van die opvattingen is "de juiste"; ze leiden wel tot andere keuzes. Deze canon gebruikt daarom liever concrete woorden.

Een landschap gemaakt door boeren

De paarse heide op de zandgronden is geen oerbos. Ze ontstond doordat boeren eeuwenlang schapen lieten grazen en plaggen staken voor hun potstal, zie Plaggen en potstal. In het gemengde bedrijf van de zandgronden waren die 'woeste gronden' geen restgrond, maar een onmisbaar onderdeel van de bedrijfsvoering: ze leverden weide, brandstof en de grondstof voor mest. Grootschalige ontginning kwam pas na 1900 binnen bereik, toen kunstmest het chronische tekort aan mest kon opvangen.20 In 1833 was ongeveer een vijfde van Nederland bedekt met heide, zo'n 600.000 hectare; in 1990 was daar nog 36.000 hectare van over.1

Blauwgraslanden zijn soortenrijke hooilanden op natte, schrale grond. Boeren maaiden ze eeuwenlang één keer per jaar, in de nazomer, en voerden het hooi af. Zo werd de bodem steeds iets armer, en juist daardoor bleef er plaats voor veel soorten. Ze blijven alleen bestaan als dat maaien doorgaat.2 Ook de grutto en andere weidevogels profiteerden van natte graslanden die pas laat in het voorjaar werden gemaaid, en hakhout en knotwilgen werden steeds teruggezet, omdat boeren het hout nodig hadden. Zonder schapen en plaggen groeit heide dicht; zonder maaien verruigt een hooiland. Het gewenste landschap van nu is dus grotendeels een bijproduct van vroegere landbouw, en het blijft afhankelijk van voortdurend menselijk werk.

Die armoede is zelf een historisch product. Landbouwkundige en historicus André Hoogendijk beschrijft hoe boeren eeuwenlang stikstof en fosfaat van heide en schraal grasland afvoerden en die op hun akkers concentreerden. Vanaf het midden van de negentiende eeuw keerde de stroom om, met guano en later kunstmest. Volgens Hoogendijk zijn de meeste stikstofgevoelige gebieden daarom ooit landbouwgrond geweest die eeuwenlang is verarmd.3 Dat is een stellige veralgemening, maar voor de droge heide sluit ze aan bij de ecologische kennis: de kenmerkende vegetatie is gebonden aan zeer voedselarme grond, en de resterende heiden zijn juist de armste delen, omdat de rijkere werden ontgonnen.4 Wat boeren eeuwenlang afvoerden, valt nu als stikstof uit de lucht weer op deze gronden neer.

Meer productie, minder weidevogels

Na de oorlog stuurden overheid, onderzoek en voorlichting gezamenlijk op een hogere productie, zie Ruilverkaveling en Wageningen en de voorlichting. Volgens landbouwhistoricus Jan Bieleman zag de overheid intensivering daarbij als voorwaarde voor een gezond, op landbouw gebouwd platteland.5 Het grondwater ging omlaag, er kwam meer mest op het land en grasland werd ingezaaid met snelgroeiend raaigras. Zo konden boeren eerder en vaker maaien. Dat leverde meer op, maar weidevogels en bloemen verdwenen. In de jaren zestig broedden er zo'n 120.000 paar grutto's, rond 2016 nog ongeveer 33.000.6 De boer volgde daarin de adviezen en regelingen van zijn tijd; de kennis over de gevolgen groeide pas later, en vooral bij onderzoekers en beleidsmakers.

Pas in 1975 erkende de overheid in de De Relatienota dat landschap, planten en dieren een plek moesten krijgen in de inrichting van het platteland.7 Vanaf 1990 kwam er een netwerk dat beschermde gebieden moest vergroten en verbinden, nu Natuurnetwerk Nederland. Daarvoor was nieuw leefgebied nodig, deels op voormalige landbouwgrond; latere kabinetten maakten het plan kleiner en trager.8 Voor boeren in de buurt betekende dat soms grond verkopen of een hoger waterpeil. Toen het eiland Tiengemeten werd ontpolderd en in het Oldambt landbouwgrond onder water werd gezet voor de Blauwe Stad, keken veel boeren daar met ongeloof naar. Het botste met hun diepste gevoel van continuïteit en boer-zijn.9

Wie beheert straks?

Sinds de De Relatienota krijgen boeren een vergoeding voor natuurbeheer op hun land. Vanaf 1992 richtten boeren ook zelf milieucoöperaties op, eerst in de Friese Wouden. Bieleman ziet die als zelforganisatie, vergelijkbaar met de coöperaties van eind negentiende eeuw: een antwoord op steeds ingewikkelder regels.10 Sinds 2016 loopt het agrarisch natuur- en landschapsbeheer via agrarische collectieven, zodat het beheer over een heel gebied kan worden afgestemd, wat voor weidevogels belangrijk is. Inmiddels doen er ruim 12.000 boeren mee.11 Daarnaast beheren Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de provinciale landschappen veel beschermde gebieden, vaak met hulp van boeren en schaapherders. Natuurinclusieve landbouw gaat een stap verder: zorg voor planten, dieren, bodem en water als onderdeel van de bedrijfsvoering zelf. Sceptici vragen zich af of zo'n bedrijf met smalle marges kan bestaan zonder blijvende vergoeding.

Niet alle wilde dieren gaan achteruit. De broedpopulaties van ganzen zijn sterk gegroeid, en vooral melkveehouders lijden schade.12 De provincies keren via BIJ12 tientallen miljoenen euro per jaar uit voor schade door beschermde dieren, het grootste deel door ganzen op grasland.13 Volgens Wouter van der Weijden en zijn medeauteurs neemt dat niet alle schade weg, en blijft de ergernis.12 In 2015 keerde de wolf terug.14 Hij jaagt vooral op reeën, herten en wilde zwijnen, maar doodt ook schapen en runderen. Schade wordt alleen vergoed als veehouders beschermende maatregelen nemen, zoals rasters, die geld en arbeid kosten en niet altijd werken.12 Sinds 2025 is de wolf in de Habitatrichtlijn minder streng beschermd; volgens het kabinet geeft dat meer ruimte om op te treden bij incidenten.15 Zo gaat de vraag 'welke soorten willen we, en waar?' ook over dieren die terugkeren in een land vol vee.

Wildernis of cultuurlandschap?

Welke soort landschap moet voorrang krijgen? Sommigen willen meer wildernis, waar grote grazers en natuurlijke processen hun gang gaan. In de Oostvaardersplassen leidde dat in de winter van 2017-2018 tot felle discussie, toen ruim de helft van de grote grazers stierf of werd afgeschoten.16 Anderen willen juist het oude cultuurlandschap behouden, met zijn heide, hooilanden en weidevogels. Ook de Europese afspraken van Natura 2000 beschermen veel van zulke halfnatuurlijke landschappen, en die vragen dus om actief beheer.

In Engeland koos het landgoed Knepp voor een derde weg. Eigenaar Charlie Burrell kreeg zijn bedrijf op de zware klei niet rendabel. In 2000 verkocht hij de melkkoeien en de machines, en later liet hij er koeien, pony's, varkens en herten vrij rondlopen.17 Nu leeft het landgoed van subsidie, toerisme en de verkoop van vlees.18 Voorstanders zien er een model in voor grond waar gangbare landbouw weinig oplevert. Critici wijzen erop dat zo'n landgoed veel minder voedsel produceert, en dat de productie dan elders moet plaatsvinden. Zo raakt de keuze tussen wildernis en cultuurlandschap aan een bredere vraag: hoeveel ruimte geeft een dichtbevolkt land aan voedselproductie, en hoeveel aan andere doelen?

Wat het in gang zette

Vier perspectieven

De boer

Veel boeren zorgen al voor weidevogels, bloemrijke randen of houtwallen op hun land, en zijn er trots op. Maar natuurbeheer moet passen in een bedrijf dat ook geld moet verdienen. Laat maaien voor weidevogels betekent minder en minder voedzaam gras. Een akkerrand vol bloemen levert geen oogst op. Boeren vragen om een vergoeding die langer zekerheid geeft dan een paar jaar, en om waardering voor wat ze al doen. Sommigen willen ook dat natuurbeheer een vast deel van hun inkomen wordt, en niet afhangt van subsidiepotten die steeds veranderen. En wie ganzen in het gras of een wolf bij de schapen krijgt, ervaart beschermde dieren ook als een last.

De terreinbeheerder

Natuurorganisaties beheren veel heide, hooiland en weidevogelgebied. Ze huren daarvoor schaapherders in of laten boeren maaien en grazen. Zonder boeren in de buurt wordt dat beheer duurder en lastiger. Een schaapskudde of een maaiploeg kost geld, en gemaaid hooi moet ergens heen. Tegelijk willen sommige beheerders op andere plekken meer ruimte voor wildernis. Binnen de natuurbescherming is daarover dus ook geen eensgezindheid.

De overheid

De overheid betaalt het grootste deel van het beheer en moet Europese doelen voor planten en dieren halen. Ze zoekt naar regelingen die meer opleveren voor het geld: betalen voor resultaat, zoals jonge grutto's die vliegvlug worden, in plaats van voor maatregelen. Provincies voeren het natuurbeleid uit en maken elk eigen keuzes. Daardoor verschilt het per provincie hoeveel geld er is en welke landschappen en soorten voorrang krijgen.

De burger

Veel mensen genieten van paarse heide, bloemrijke bermen en weidevogels. Weinigen weten dat dit landschap mensenwerk is. Ook wie zelf geen boer is, kan meedoen: als vrijwilliger bij het zoeken naar weidevogelnesten, bij het knotten van wilgen of bij het onderhoud van een heideveld. Wie heide, bloemen en weidevogels wil, zal moeten kiezen wat er waar komt, en bereid moeten zijn mee te betalen aan het beheer, via belasting of via de prijs van voedsel.

De boer

Veel boeren zorgen al voor weidevogels, bloemrijke randen of houtwallen op hun land, en zijn er trots op. Maar natuurbeheer moet passen in een bedrijf dat ook geld moet verdienen. Laat maaien voor weidevogels betekent minder en minder voedzaam gras, en dus soms extra voer van buiten. Een akkerrand vol bloemen levert geen oogst op. Boeren vragen om een vergoeding die langer zekerheid geeft dan een paar jaar, en om waardering voor wat ze al doen. Sommigen willen dat beheer een vast deel van hun inkomen wordt, en niet afhangt van subsidiepotten die steeds veranderen. Anderen voelen er weinig voor: zij zien zichzelf in de eerste plaats als voedselproducent, en vrezen dat beheer met subsidie hun bedrijf afhankelijk maakt van de politiek. Wie ganzen op zijn grasland of een wolf bij zijn schapen krijgt, ervaart beschermde dieren bovendien ook als een kostenpost.

De terreinbeheerder

Natuurorganisaties beheren veel heide, hooiland en weidevogelgebied. Ze huren daarvoor schaapherders in of laten boeren maaien en grazen. Zonder boeren in de buurt wordt dat beheer duurder en lastiger. Een schaapskudde of een maaiploeg kost geld, en gemaaid hooi van schrale grond is als veevoer weinig waard en moet toch ergens heen. Tegelijk willen sommige beheerders op andere plekken meer ruimte voor wildernis en natuurlijke processen. Binnen de natuurbescherming is daarover dus ook geen eensgezindheid: de een kiest voor zorgvuldig beheer van zeldzame soorten, de ander voor zo weinig mogelijk ingrijpen.

De overheid

De overheid betaalt het grootste deel van het beheer en moet Europese doelen voor planten en dieren halen. Ze zoekt naar regelingen die meer opleveren voor het geld: betalen voor resultaat, zoals jonge grutto's die vliegvlug worden, in plaats van voor maatregelen. Dat is wel moeilijker te meten en legt meer risico bij de boer. Provincies voeren het natuurbeleid uit en maken elk eigen keuzes. Daardoor verschilt het per provincie hoeveel geld er is en welke landschappen en soorten voorrang krijgen.

De burger

Veel mensen genieten van paarse heide, bloemrijke bermen en weidevogels. Weinigen weten dat dit landschap mensenwerk is. Ook wie zelf geen boer is, kan meedoen: als vrijwilliger bij het zoeken naar weidevogelnesten, bij het knotten van wilgen of bij het onderhoud van een heideveld. Wie heide, bloemen en weidevogels wil, zal moeten kiezen wat er waar komt, en bereid moeten zijn mee te betalen aan het beheer, via belasting of via de prijs van voedsel. Daarover verschillen burgers onderling sterk van mening.

Trivia
Om over te praten

Wat wil jij in Nederland zien: wildernis die haar eigen gang gaat, of het halfnatuurlijke landschap dat boeren eeuwenlang hebben gemaakt? En wie moet daarvoor zorgen?

Bronnen
  1. Compendium voor de Leefomgeving, 'Heideareaal' (indicator, 25 juni 2004, gearchiveerd), link. ↩
  2. H.M. Beije, A.J.M. Jansen, Q.L. Slings en N.A.C. Smits, Herstelstrategie H6410: Blauwgraslanden, PAS-herstelstrategieën deel II (geraadpleegd 2026), link. ↩
  3. A. Hoogendijk, 'Naar nieuwe collectiviteit', in D. Veerman en E. Gravesteijn (red.), Daarom zijn boeren boos (Prometheus, 2025), h. 4. ↩
  4. N.A.C. Smits, H.M. Beije, J.J. Vogels en R.W. de Waal, Herstelstrategie H4030: Droge heiden, Herstelstrategieën stikstofgevoelige habitats deel II (versie juni 2020), link. ↩
  5. J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture, 1500–2000 (Wageningen 2010), p. 317. ↩
  6. R. Kentie, J. Hooijmeijer, E. van der Velde en T. Piersma, De Grutto Monitor 2016, Rijksuniversiteit Groningen (2017), p. 7, link. ↩
  7. J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture, 1500–2000 (Wageningen 2010), p. 243–244. ↩
  8. Wikipedia, 'Natuurnetwerk Nederland' (geraadpleegd 2026), link. ↩
  9. J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture, 1500–2000 (Wageningen 2010), p. 270 en 317. ↩
  10. J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture, 1500–2000 (Wageningen 2010), p. 247–248 en 253. ↩
  11. BoerenNatuur, 'ANLb-stelsel' (geraadpleegd 2026), link. ↩
  12. W. van der Weijden, P. van Bodegom, E. Hees en F. van der Schans, 'Ecologische politiek en politieke ecologie', in D. Veerman en E. Gravesteijn (red.), Daarom zijn boeren boos (Prometheus, 2025), h. 5. ↩
  13. BIJ12, 'Tegemoetkomingen in faunaschade gestegen naar 44 miljoen' (4 juli 2023), link. ↩
  14. BIJ12, 'Wolf' (geraadpleegd 2026), link. ↩
  15. Staatssecretaris van LVVN, brief over de Landelijke Aanpak Wolven, Kamerstukken II 2024/25, 33 576, nr. 453 (2 juli 2025), link. ↩
  16. NOS, 'Meer dan de helft van de grote grazers in Oostvaardersplassen dood' (5 april 2018), link. ↩
  17. Knepp Estate, 'Background' (geraadpleegd 2026), link. ↩
  18. Wikipedia (en), 'Knepp Wildland' (geraadpleegd 2026), link. ↩
  19. BNNVARA Vroege Vogels, 'Grutto gekozen tot nationale vogel' (17 november 2015), link. ↩
  20. J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture, 1500–2000 (Wageningen 2010), p. 135.

Verder lezen