In dit schilderij
- De stapel rekeningen: bijna alles werd duurder.
- De kaart van de kavel: grond is schaars en kost bijna twee keer zoveel als in 2013.
- De nieuwbouwwijk en het zonneveld: concurrenten om dezelfde grond.
- Het pak melk: de boer ontvangt maar een klein deel van wat de consument betaalt.
- De lege stoel: veel bedrijven hebben geen opvolger.
Duur land, smalle marges
In ruim tien jaar is landbouwgrond in Nederland bijna twee keer zo duur geworden. Woningbouw, het Natuurnetwerk, energie en beleggers dingen mee om dezelfde hectares. Tegelijk stegen de kosten van energie, kunstmest, arbeid en nieuwe regels, terwijl de boer weinig invloed heeft op de prijs van zijn product. Wie wil groeien of een bedrijf wil overnemen, moet veel geld lenen. Steeds vaker ligt het verdienmodel van de boer op de keukentafel.
In ruim tien jaar is landbouwgrond in Nederland bijna twee keer zo duur geworden. Woningbouw, het Natuurnetwerk, energieopwekking en beleggers dingen mee naar dezelfde hectares. Tegelijk stegen de kosten van energie, kunstmest, arbeid en nieuwe regels, terwijl de boer weinig invloed heeft op de prijs die hij voor zijn product krijgt. Wie wil groeien of een bedrijf wil overnemen, moet veel geld lenen. Zo ligt het verdienmodel van de boer steeds vaker op de keukentafel.
Grond: schaars en duur
In 2024 kostte een hectare landbouwgrond gemiddeld 85.300 euro, twee keer zoveel als twaalf jaar eerder.1 Halverwege 2026 was dat al ruim 100.000 euro.2 Alleen op Malta is landbouwgrond in de EU nog duurder, en Nederlandse boeren betalen de hoogste pacht.3
Dat komt doordat veel partijen dezelfde grond willen. Er moeten woningen, wegen en bedrijventerreinen komen. Het Natuurnetwerk Nederland wordt uitgebreid, en zonneparken en windmolens vragen ruimte. Grond is bovendien een stabiele belegging. Ook boeren steken hun winst vaak in grond, omdat andere investeringen onzekerder zijn.4 Voor een boer is een hectare met wat het gewas oplevert vaak niet terug te verdienen. Uitkoopregelingen voor veehouders brengen op termijn wel grond op de markt, maar overheden en melkveehouders zoeken juist extra grond. Tot medio 2026 bleef de prijs stijgen.4,2
Wie grond niet kan kopen, kan pachten. Lange tijd beschermde de Pachtwet van 1958 de pachter sterk, met lange contracten en getoetste prijzen.5 Tegenwoordig worden veel contracten korter en vrijer gesloten, buiten de wettelijke maximumprijzen om.4 De eigenaar kan dan flexibeler omgaan met zijn grond, maar de pachter heeft minder zekerheid.
Hogere kosten
In 2022 schoten de prijzen van gas en stroom omhoog na de Russische inval in Oekraïne. Kunstmest, gemaakt met aardgas, werd veel duurder, net als veevoer. Volgens het CBS gaven boeren dat jaar bijna een kwart meer uit aan wat ze inkochten.6 Daarnaast vragen nieuwe regels voor mest, emissies en dierenwelzijn om investeringen in stallen en machines.
Voor veehouders komt de mest daarbij. Fosfaatrechten en mestnormen bepalen hoeveel dieren een bedrijf mag houden en hoeveel mest het op eigen grond kwijt kan. Wie wil groeien, moet rechten én grond kopen. Sinds 2026 geldt voor melkveehouders geen derogatie meer.7 Wie meer mest heeft dan hij op eigen grond mag gebruiken, moet die afvoeren. Dat kost geld en maakt grond nog gewilder.4 Hoeveel mest een hectare werkelijk verdraagt, hangt af van bodem, gewas en bemesting (zie Het mestprobleem en zure regen), maar de normen gelden grotendeels per hectare. Dus telt elke extra hectare.
Een zwakke plek in de keten
Een boer verkoopt aan een handelaar, een zuivelfabriek of een slachterij, die weer leveren aan supermarkten. Hij bepaalt de prijs niet zelf, en veel prijzen ontstaan op de wereldmarkt. Waarom dat zo is, staat in De boer en de supermarkt. Dat de landbouw over de grenzen handelt, is niet nieuw: dat gebeurt al eeuwen, van graan uit de Oostzee tot boter en kaas naar Engeland. Zie De Hanze en de Oostzeehandel.
Groter, of klem in het midden
Het antwoord op dalende marges was vaak: groeien. Meer dieren, meer hectares, meer machines. Waarom dat voor een boer logisch was, legt de tredmolen uit in De boer en de supermarkt. In 1950 waren er ruim 200.000 boeren met rundvee; in 2000 nog geen 46.000.8 Het aantal agrarische ondernemers daalt nog steeds met zo'n 3 procent per jaar.9 De bedrijven die bleven, zijn groter en vaak zwaar gefinancierd. Een hightech stal kan een lening vragen met een looptijd van dertig jaar.10
Volgens landbouwkundige Joris Relaes en historicus Yves Segers hebben vooral de middelgrote gezinsbedrijven het moeilijk. Een bedrijf kan doorgroeien en zo de kosten van nieuwe eisen opvangen. Of het kan kleiner produceren en meer verdienen met verkoop aan huis, eigen verwerking of andere activiteiten. Wie geen van beide lukt, zit klem, en dat zijn er nogal wat.11
Wie groeit, heeft ook meer handen nodig dan het gezin heeft. In de glastuinbouw doen seizoenkrachten een groot deel van het werk, vaak arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa.12,13 Volgens landbouweconoom Krijn Poppe en zijn medeauteurs wordt een deel van de kosten van betaalbaar voedsel op hen afgewenteld, via onderbetaling en slechte huisvesting.14
Wie neemt het over?
Een bedrijf overnemen kost een jonge boer al snel miljoenen. Hij moet grond, stallen en rechten afbetalen aan zijn ouders of aan de bank. Vaak lukt dat alleen als de ouders een deel van de waarde laten zitten. In 2020 had ruim de helft van de landbouwbedrijven een bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder, en op de meeste daarvan stond geen opvolger klaar. Bij grote bedrijven was er vaker een opvolger dan bij kleine.15
Volgens Poppe en zijn medeauteurs komen zo binnen afzienbare tijd zo'n 20.000 bedrijven met hun grond op de markt. Jonge boeren moeten die dan overnemen tegen prijzen die nauwelijks terug te verdienen zijn. Volgens hen is er al twintig jaar geen grondpolitiek die grond voor jonge boeren vrijhoudt, terwijl dit te voorzien was.14 Zo komt de vraag terug die ook bij de eerste landbouwcrisis speelde: hoe verdien je je brood in een open, wereldwijde markt?
Grond: schaars en duur
In 2024 kostte een hectare landbouwgrond gemiddeld 85.300 euro, twee keer zoveel als twaalf jaar eerder.1 In het tweede kwartaal van 2026 was het gemiddelde opgelopen tot 108.500 euro.2 Alleen op Malta is landbouwgrond in de EU nog duurder, en Nederlandse boeren betalen de hoogste pacht van Europa.3
De oorzaak ligt in de concurrentie om ruimte. Er moeten woningen, wegen en bedrijventerreinen komen, het Natuurnetwerk Nederland wordt uitgebreid, en zonneparken en windmolens vragen ruimte. Grond is bovendien al decennia een stabiele belegging. Ook boeren steken hun winst vaak in grond, omdat andere investeringen onzekerder zijn.4 Zo wordt de prijs van grond steeds minder bepaald door wat er op geteeld kan worden. Ook de uitkoopregelingen voor veehouders werken niet in één richting. Volgens grondmarktonderzoeker Jop Woltjer van Wageningen Economic Research brengen stoppende bedrijven op termijn grond op de markt, maar kopen overheden grond voor woningbouw en natuur, en zoeken melkveehouders door het verdwijnen van de derogatie juist extra grond.4
Wie grond niet kan kopen, kan pachten. Lange tijd beschermde de Pachtwet van 1958 de pachter sterk, met lange contracten en getoetste prijzen: een kind van de naoorlogse gedachte dat de boer bestaanszekerheid verdiende. Sinds 2007 staat pacht in het Burgerlijk Wetboek.5 Naast de reguliere pacht bestaan nu kortere en vrijere vormen, en nieuwe contracten worden vaak buiten de wettelijke maximumprijzen om gesloten.17,4 De eigenaar kan zo flexibeler met zijn grond omgaan, maar de pachter heeft minder zekerheid. Voor een jonge boer zonder eigen grond wordt het daardoor lastiger om een bedrijf op te bouwen.
Hogere kosten en mestnormen
In 2022 schoten de prijzen van gas en stroom na de Russische inval in Oekraïne omhoog. Kunstmest, die met aardgas wordt gemaakt, werd veel duurder, net als veevoer. Volgens het CBS gaven boeren dat jaar bijna een kwart meer uit aan wat ze inkochten, terwijl hun eigen verkoopprijzen gemiddeld 21 procent stegen.6 Daarnaast vragen nieuwe regels voor mest, emissies en dierenwelzijn om investeringen in stallen en machines.
Voor veehouders komt de mest daar nog bij. Fosfaatrechten en mestnormen bepalen hoeveel dieren een bedrijf mag houden en hoeveel mest het op eigen grond kwijt kan. Wie wil groeien, moet dus rechten én grond kopen. Sinds 2026 kunnen melkveehouders geen derogatie meer krijgen; op alle percelen geldt nu de norm van 170 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare.7 Een bedrijf dat meer mest produceert dan het op eigen grond mag plaatsen, heeft een mestoverschot en moet die mest afvoeren. Dat kost geld en maakt grond nog gewilder.4 Hoeveel mest een hectare werkelijk verdraagt, hangt sterk af van bodem, gewas en bemesting, en bij fosfaat ligt de grens vaak nog krapper, zie Het mestprobleem en zure regen. Toch zijn de normen grotendeels per hectare en per gewas vastgesteld. Daardoor telt elke extra hectare.
Een zwakke positie in de keten
Een boer verkoopt aan een handelaar, een zuivelfabriek of een slachterij, die weer leveren aan supermarkten. Van wat de consument betaalt, gaat vaak maar een klein deel naar de boer, en de prijs ontstaat meestal elders, niet zelden op de wereldmarkt. Dat is niet nieuw: de Nederlandse landbouw handelt al eeuwen over de grenzen, zie De Hanze en de Oostzeehandel. Waarom de boer een prijsnemer is en kostprijsverhogende regels zelden kan doorberekenen, wordt uitgewerkt in De boer en de supermarkt. Een Europese richtlijn uit 2019 verbiedt sindsdien een aantal oneerlijke handelspraktijken tegenover leveranciers, zoals later betalen dan dertig dagen na levering van bederfelijke producten.19
Groter, of klem in het midden
Het antwoord op dalende marges was decennialang: groeien. Meer dieren, meer hectares, meer machines. Dat dit voor de individuele boer een rationele reactie was op stijgende arbeidskosten en dalende productprijzen, en geen kwestie van hebzucht, laat de tredmolen zien, zie De boer en de supermarkt. In 1950 waren er 216.400 boeren met rundvee, in 2000 nog 45.800.8 Het aantal agrarische ondernemers daalt nog steeds met zo'n 3 procent per jaar.9 De bedrijven die bleven, zijn groter en vaak zwaar gefinancierd. Een hightech stal kan een lening vragen met een looptijd van dertig jaar.10 Zo'n looptijd botst met beleid dat elke paar jaar verandert.
Landbouwkundige Joris Relaes en historicus Yves Segers zien de grootste problemen bij het middelgrote gezinsbedrijf. Investeringen in milieu, klimaat en dierenwelzijn zijn alleen met voldoende schaal terug te verdienen en drijven zo de schaalvergroting aan. Een bedrijf kan doorgroeien en de nieuwe eisen opvangen met efficiëntie, of terugschakelen en meer toegevoegde waarde zoeken via thuisverkoop, eigen verwerking of nevenactiviteiten. Wie daartussen blijft hangen, zit klem. Volgens de auteurs mogen boeren de duurzaamheidsopgaven daarom niet alleen dragen: ook toeleveranciers en verwerkers moeten hun verantwoordelijkheid nemen.11
Wie groeit, heeft ook meer arbeid nodig dan het gezin kan leveren. In de glasgroenteteelt verrichtten seizoenkrachten rond 2019 ongeveer 60 procent van het werk; het kunnen scholieren zijn, maar ook tijdelijke arbeidsmigranten.12 Volgens Krijn Poppe is de toestroom van goedkopere arbeidskrachten eeuwenoud; na de val van de Muur kwamen arbeidsmigranten vooral uit het voormalige Oostblok. Zij doen in slachterijen, glastuinbouw en grote varkensbedrijven veel uitvoerend werk. Daar staan druk op de woningvoorraad en slechte arbeidsomstandigheden tegenover.13 Poppe en zijn medeauteurs zien hierin een vorm van afwenteling van de kosten van betaalbaar voedsel.14
Wie neemt het over?
Een bedrijf overnemen kost een jonge boer al snel miljoenen. Hij moet grond, stallen en rechten afbetalen aan zijn ouders of aan de bank. Vaak lukt dat alleen als de ouders een deel van de waarde laten zitten, wat weer vragen oproept over een eerlijke verdeling met broers en zussen. In 2020 had ruim de helft van de landbouwbedrijven een bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder, en op 59 procent daarvan stond geen opvolger klaar. Hoe groter het bedrijf, hoe vaker er wel een opvolger was; bij melkvee vaker dan in de akkerbouw.15
Volgens Poppe en zijn medeauteurs komen zo binnen afzienbare tijd zo'n 20.000 bedrijven met hun grond op de markt, terwijl jonge opvolgers aarzelen omdat de grond te duur is om terug te verdienen. Zij wijzen erop dat er al twintig jaar geen grondpolitiek is die grond voor jonge boeren reserveert en de prijs reguleert, hoewel deze situatie voorzienbaar was.14 Of zo'n grondpolitiek wenselijk is, is onderwerp van debat; tegenover het belang van jonge boeren staat dat van grondeigenaren, vaak de boeren zelf, voor wie de grond hun pensioen is.
Zo keert een vraag terug die ook tijdens de De landbouwcrisis aan het eind van de negentiende eeuw speelde: hoe verdien je je brood in een open, wereldwijde markt? Toen lag het antwoord in specialisatie, coöperatie en kennis. Welke antwoorden nu passen, bij duurdere grond, strengere milieugrenzen en een kleinere marge, is nog open.
- Er wordt gediscussieerd over grondbanken, langjarige pacht en regels die landbouwgrond beschermen tegen andere functies. Poppe en zijn medeauteurs stellen een 'Agrarische Hoofdstructuur' voor, die landbouwgrond beschermt. Burgers kopen via initiatieven als Land van Ons en Aardpeer zelf grond voor boeren.14
- Boeren zoeken naar andere verdienmodellen: verwerking op het eigen erf, verkoop aan huis, recreatie, natuurbeheer of energie. Dat begon al eind twintigste eeuw.16
- Sommigen pleiten voor mestnormen die meer rekening houden met bodem en bedrijf, zodat niet alleen het aantal hectares telt. Zie Voorschrift of doel?.
- De ACM en Wageningen Economic Research volgen de prijsvorming in de voedselketen in de Agro-Nutri Monitor.
- Zie ook De landbouwcrisis, Coöperaties en boerenleenbanken, Wereldmarkt of zelfvoorziening? en Wat nu? De open tafel.
Vier perspectieven
De boer
Veel boeren hebben het gevoel dat ze harder werken voor minder. De kosten stijgen, de regels veranderen, en de prijs bepalen ze niet zelf. Wie een groot bedrijf heeft, heeft vaak ook een grote schuld, en weinig ruimte om iets anders te proberen. Tegelijk zijn er boeren die het goed doen, bijvoorbeeld met een eigen merk, verkoop aan huis of een sterke positie in een nichemarkt.
De opvolger
Een jonge boer die het bedrijf van zijn ouders wil overnemen, staat voor een zware rekensom. De grond en de stal zijn veel waard op papier, maar leveren niet genoeg op om de lening te betalen. Toch willen velen het bedrijf voortzetten, uit liefde voor het vak. Voor broers en zussen die het bedrijf niet overnemen, speelt de vraag wat een eerlijke verdeling van de erfenis is.
De keten
Verwerkers en supermarkten wijzen erop dat ze zelf ook met dunne marges werken, en dat veel prijzen op de wereldmarkt ontstaan. Tegelijk zeggen ze duurzaamheid en eerlijke prijzen belangrijk te vinden, en komen er afspraken over toeslagen voor boeren. Zuivelcoöperaties en supermarkten betalen bijvoorbeeld een extra vergoeding voor weidegang of voor melk met een duurzaamheidskeurmerk.
De samenleving
Nederland wil woningen, ruimte voor planten en dieren, schone energie en betaalbaar voedsel, op hetzelfde kleine oppervlak. Hoe die ruimte verdeeld wordt, en wat goed voedsel mag kosten, is een vraag voor iedereen. Consumenten zeggen vaak meer te willen betalen voor duurzaam voedsel, maar in de winkel kiezen velen toch de goedkoopste variant.
De boer
Veel boeren hebben het gevoel dat ze harder werken voor minder. De kosten stijgen, de regels veranderen, en de prijs bepalen ze niet zelf. Wie een groot bedrijf heeft, heeft vaak ook een grote schuld, en weinig ruimte om iets anders te proberen. Een investering in een stal moet vaak twintig jaar of langer meegaan, terwijl de regels in die tijd meerdere keren veranderen. Tegelijk zijn er boeren die het goed doen, bijvoorbeeld met een eigen merk, verkoop aan huis of een sterke positie in een nichemarkt.
De opvolger
Een jonge boer die het bedrijf van zijn ouders wil overnemen, staat voor een zware rekensom. De grond en de stal zijn op papier veel waard, maar leveren niet genoeg op om de lening af te lossen. Toch willen velen het bedrijf voortzetten, uit liefde voor het vak en uit verbondenheid met de plek. Voor broers en zussen die het bedrijf niet overnemen, speelt de vraag wat een eerlijke verdeling van de erfenis is, als de waarde vooral in grond en rechten zit.
De keten
Verwerkers en supermarkten wijzen erop dat ze zelf ook met dunne marges werken, en dat veel prijzen op de wereldmarkt ontstaan. Tegelijk zeggen ze duurzaamheid en eerlijke prijzen belangrijk te vinden, en komen er afspraken over toeslagen voor boeren. Zuivelcoöperaties en supermarkten betalen bijvoorbeeld een extra vergoeding voor weidegang of voor melk met een duurzaamheidskeurmerk. Critici vinden die toeslagen te klein om het verdienmodel echt te veranderen.
De samenleving
Nederland wil woningen, ruimte voor planten en dieren, schone energie en betaalbaar voedsel, op hetzelfde kleine oppervlak. Hoe die ruimte verdeeld wordt, en wat goed voedsel mag kosten, is een vraag voor iedereen. Consumenten zeggen in enquêtes vaak meer te willen betalen voor duurzaam voedsel, maar in de winkel kiezen velen toch voor de goedkoopste variant. Ook overheid en banken bepalen mee welke kant de landbouw op kan, via regels, subsidies en kredietvoorwaarden.
- Een reguliere pachtovereenkomst voor een hele boerderij, een hoeve, loopt minstens twaalf jaar. Voor los land is dat zes jaar. Korter mag alleen met goedkeuring van de grondkamer.17
- Als landbouwgrond een bestemming voor woningbouw krijgt, kan de waarde tot tien keer zo hoog worden.4
- Ongeveer de helft van de boeren heeft inkomsten uit nevenactiviteiten, van camping tot kinderopvang. Minder dan 10 procent van hen haalt daar een flink deel van het inkomen uit.9
- Begin jaren tachtig kreeg een akkerbouwer ruim 51 gulden voor 100 kilo tarwe, eind jaren negentig nog maar iets meer dan 26 gulden. Tarwe was een 'dubbeltjesgewas' geworden.18
Moet landbouwgrond een gewone handelswaar zijn, of moet de overheid haar beschermen voor boeren?
- Melkvee.nl, 'Grasland kost gemiddeld 76.000 euro per hectare' (3 februari 2025), op basis van cijfers van het Kadaster, link. ↩
- ANP/Nieuws.nl, 'Prijs agrarische grond gestegen in tweede kwartaal' (juli 2026), op basis van cijfers van Kadaster en WUR, link. ↩
- Eurostat, 'EU agricultural land price increased by 6.1% in 2024' (28 januari 2026), link. ↩
- Wageningen University & Research, 'Vijf vragen over de stijgende agrarische grondprijzen', interview met Jop Woltjer (23 juni 2025), link. ↩
- Pachtwet, wet van 23 januari 1958, vervallen per 1 september 2007, link. ↩
- CBS, 'Inkomsten landbouwsector iets hoger in 2022' (19 december 2022), link. ↩
- RVO, 'Derogatie' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture, 1500–2000 (Wageningen 2010), p. 252. ↩
- J.W. Remkes, Wat wel kan. Uit de impasse en een aanzet voor perspectief (5 oktober 2022), p. 17, link. ↩
- J.W. Remkes, Wat wel kan. Uit de impasse en een aanzet voor perspectief (5 oktober 2022), p. 21, link. ↩
- J. Relaes en Y. Segers, 'Realiteitszin – van dingen die kwamen, gaan en nieuwe die komen', in D. Veerman en E. Gravesteijn (red.), Daarom zijn boeren boos (Prometheus, 2025), h. 3. ↩
- CBS, 'Bijna 30 duizend contractbanen in de landbouw' (10 april 2020), link. ↩
- K. Poppe, 'Het voedselsysteem – 1850 tot heden', in D. Veerman en E. Gravesteijn (red.), Daarom zijn boeren boos (Prometheus, 2025), h. 8. ↩
- K. Poppe, D. Veerman en W. van der Weijden, 'Uit de duivelse crisis?', in D. Veerman en E. Gravesteijn (red.), Daarom zijn boeren boos (Prometheus, 2025), h. 10. ↩
- CBS, 'Geen bedrijfsopvolger voor meer dan 16 duizend boerderijen' (13 januari 2021), link. ↩
- J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture, 1500–2000 (Wageningen 2010), p. 253. ↩
- RVO, 'Voorwaarden voor reguliere pacht' (geraadpleegd 2026), link. ↩
- J. Bieleman, Five Centuries of Farming. A Short History of Dutch Agriculture, 1500–2000 (Wageningen 2010), p. 269–270. ↩
- Richtlijn (EU) 2019/633 van 17 april 2019 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen, art. 3, link.
Verder lezen
- ACM en Wageningen Economic Research, Agro-Nutri Monitor.
- Kadaster en Wageningen Economic Research, agrarische grondprijzen (Agrimatie).